ECLI:NL:RBDHA:2026:7351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 maart 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL26.13026, waarin op het beroep is beslist.
Gezien die uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 31 maart 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is afgewezen.