ECLI:NL:RBDHA:2026:7340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 maart 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen op grond van de Dublinverordening, die bepaalt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting en wijst dit af, mede omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL26.12062).
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 31 maart 2026 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-inwilligen van de asielaanvraag wordt afgewezen.