ECLI:NL:RBDHA:2026:7335
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervangende toestemming speltherapie en handhaving voorlopige videobelregeling in familierechtelijke zaak
In deze familierechtelijke kortgedingprocedure vordert de moeder vervangende toestemming om de speltherapie van de minderjarige bij een specifieke therapeut te hervatten en het opleggen van voorwaarden aan de vader. Tevens verzoekt zij om opschorting van videobelcontacten totdat een kinderpsycholoog is gestart. De vader vordert onder meer een zorgregeling met fysieke omgang en een verbod op het uiten van beschuldigingen van ontucht door de moeder.
De voorzieningenrechter overweegt dat de speltherapeut de therapie heeft beëindigd vanwege een onveilige werkrelatie veroorzaakt door intimiderend gedrag van de vader. Gezien de omstandigheden acht de rechter hervatting van de therapie bij deze therapeut niet in het belang van de minderjarige. De voorlopige ondertoezichtstelling ligt nu bij de jeugdbeschermer om passende hulpverlening te organiseren.
De vader erkent de noodzaak van speltherapie, maar verzet zich tegen de specifieke therapeut. De rechter wijst de vorderingen van de moeder af en handhaaft de bestaande videobelregeling zonder begeleiding. Het verzoek van de vader tot verbod op beschuldigingen wordt afgewezen omdat de strafrechtelijke procedure nog loopt. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vervangende toestemming voor speltherapie en het verbod op beschuldigingen af en handhaaft de voorlopige videobelregeling.