ECLI:NL:RBDHA:2026:7330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft op 3 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en kinderen in het kader van nareis. De rechtbank heeft op 19 maart 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Op 14 oktober 2025 stelde eiser opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en geen besluit genomen. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000 wegens de overschrijding van de termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 194 en proceskosten van € 467 aan eiser. De rechtbank benadrukt dat eerdere dwangsommen onvoldoende prikkel vormden om tijdig te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en proceskostenveroordeling.