ECLI:NL:RBDHA:2026:7324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft op 10 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft op 19 maart 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiser op 16 oktober 2025 opnieuw beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank verklaart dit tweede beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond, omdat verweerder nog steeds niet heeft beslist.
De rechtbank legt een nieuwe termijn van twee weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen en stelt een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 vast. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser, aangezien het uitblijven van een besluit een onrechtmatige situatie oplevert.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.