Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser 1] , te [woonplaats 1] ,2. [eiser 2] , te [woonplaats 2] ,3. [eiser 3] , te [woonplaats 3] ,4. [eiser 4] , te [woonplaats 4] ,5. [eiser 5] , te [woonplaats 5] ,6. [eiser 6] , te [woonplaats 6] ,7. [eiser 7] , te [woonplaats 7] ,8. [eiser 8] , te [woonplaats 8] ,9. [eiser 9] , te [woonplaats 9] ,10. [eiser 10] , te [woonplaats 10] ,11. [eiser 11] , te [woonplaats 11] ,12. [eiser 12] , te [woonplaats 1] ,13. [eiser 13] , te [woonplaats 12] ,14. [eiser 14] , te [woonplaats 13] ,15. [eiser 15] , te [woonplaats 14] (Zweden),16. [eiser 16] , te [woonplaats 15] ,17. [eiser 17] , te [woonplaats 16] ,18. [eiser 18] , te [woonplaats 17] ,19. [eiser 19] , te [woonplaats 18] ,20. [eiser 20] , te [woonplaats 19] ,
1.KYRREX LTD, te Kingstown (Saint Vincent & The Grenadines),
2.
KYRREX UK LTD, te Londen (Verenigd Koninkrijk),
3.
KYRREX FINANCIAL HOLDING LTD, te Lefkosia (Nicosia)(Cyprus) en
4.
REAL EXCHANGE (REX) LTD, te Saint Julian (Malta),
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 augustus 2025, met producties 1 tot en met 236;
- de incidentele conclusie houdende exceptieve verweer tot onbevoegdheid van de rechtbank, met producties 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
2.De beoordeling in het incident
nested servicesaan, zonder daarbij effectieve controles uit te voeren. Bij
nested serviceshouden cryptobeurzen accounts bij andere cryptobeurzen aan. Wanneer er cryptovaluta naar een dergelijke account worden overgemaakt, wordt deze cryptovaluta dus vermengd met andere transactiestromen van de cryptobeurs die de account aanhoudt. Hierdoor wordt het volgen van criminele transactiestromen bemoeilijkt. Daarmee hebben gedaagden dus de boilerroomfraude, waarvan eisers slachtoffer zijn geworden gefaciliteerd, en tevens het witwassen van cryptovaluta mogelijk gemaakt. Gedaagden hebben als aanbieder van cryptodiensten een bijzondere zorgplicht jegens derden, vergelijkbaar met die van betaalbeleggingsdienstverleners. Gedaagden hebben in strijd met deze zorgplicht en daarmee onrechtmatig jegens eisers gehandeld. Om die reden zijn gedaagden eveneens aansprakelijk voor de door eisers geleden schade.
Kolassaen
Universal Musicvan het HvJEU dat het gerecht waarbij een geschil aanhangig is gemaakt, in het kader van de toetsing van zijn bevoegdheid alle hem ter beschikking staande gegevens in aanmerking moet nemen, daaronder begrepen, de betwistingen van de verweerder. Er hoeft in de fase van de bepaling van de bevoegdheid echter geen bewijsprocedure te worden gevoerd met betrekking tot betwiste feiten die zowel voor de bevoegdheidsvraag als voor het bestaan van het ingeroepen vorderingsrecht relevant zijn. [5]
Universal Musicook geoordeeld dat, in een situatie waarin schade wordt geleden doordat een fout die bij de opstelling van een aandelenkoopovereenkomst daarin terecht is gekomen, ertoe heeft geleid dat de aankoopprijs van de betrokken aandelen is verveelvoudigd, als plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, niet kan worden aangemerkt, bij gebreke van andere aanknopingspunten, de plaats in een lidstaat waar die schade is ingetreden, wanneer die schade uitsluitend bestaat in een financieel verlies dat rechtstreeks intreedt op de bankrekening van de schadelijdende partij en het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat.
Universal Musiczuiver financiële schade die rechtstreeks intreedt op de bankrekening van een schadelijdende partij, – zonder bijkomende omstandigheden – niet worden aangemerkt als een relevant aanknopingspunt voor bevoegdheid op grond van artikel 6 sub e Rv Pro.
Universal Musiczodat die uitspraak in het onderhavige geval niet van toepassing is. In dit verband is van belang dat het HvJEU in het arrest
Universal Musicbenadrukt dat de rechtsregel geldt op basis van de feitelijke situatie in die zaak (
“in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding”) [6] . Maar ook als de regel uit het arrest
Universal Musicwel van toepassing is, kwalificeren de hiervoor bedoelde essentiële punten als de in het arrest
Universal Musicgenoemde
“bijkomende omstandigheden” [7] die rechtvaardigen dat de rechtbank bevoegd is op grond van artikel 6 sub e Rv Pro. Het gaat om de volgende (bijkomende) omstandigheden.
Universal Musiczijn de schadelijdende partijen in deze zaak natuurlijke personen. In het arrest
Universal Musicis sprake van een professionele partij, die bovendien onderdeel is van een groep (Universal Music Group). Bovendien is relevant dat het HvJEU overweegt dat niet kan worden uitgesloten dat
“Universal Music de keuze had tussen meerdere bankrekeningen ten laste waarvan zij het schikkingsbedrag had kunnen voldoen, zodat de plaats waar deze rekening is gelegen niet noodzakelijkerwijs een betrouwbaar aanknopingspunt vormt”. Bij consumenten is dit in beginsel niet het geval, zoals ook blijkt uit deze zaak, waar alle eisers vanaf Nederlandse bankrekeningen bedragen hebben overgemaakt. De plaatsen waar de rekeningen van de consumenten zijn gelegen vormen om die reden wél een betrouwbaar aanknopingspunt en ook de omstandigheid dat het consumenten betreft, rechtvaardigt de rechtsmacht van deze rechtbank op grond van artikel 6 sub e Rv Pro.
Universal Musicafwijkende (bijkomende) omstandigheid is het feit dat Verweerders de gedaagden in de hoofdzaak verwijten dat zij zich schuldig maken aan het op onrechtmatige wijze faciliteren van fraude met cryptovaluta, een strafbaar feit, terwijl in de zaak van het arrest
Universal Music(slechts) sprake is van een beroepsfout van een in Tsjechië gevestigde advocaat. Kenmerkend aan boilerroomfraude is dat gelden bewust op ondoorzichtige wijze worden weggesluisd zodat niet langer duidelijk is waar het zich bevindt, om verhaal door de schadelijdende consumenten zo lastig mogelijk te maken. Daarbij zijn vaak diverse entiteiten uit verschillende landen betrokken, zoals ook in de onderhavige zaak, waardoor het voor de schadelijdende partijen – anders dan in het arrest
Universal Musicwaar slechts sprake was van één bij eiseres bekende schadeveroorzakende partij – heel lastig is om vast te stellen welke partijen met succes kunnen worden aangesproken. Bovendien zou, wanneer artikel 6 sub e Rv Pro geen toepassing zou vinden, in meerdere landen moeten worden geprocedeerd, wat de effectieve rechtstoegang voor consumenten – mede vanwege de hoge kosten – ernstig bemoeilijkt of feitelijk onmogelijk maakt. Ook dat is een bijzondere omstandigheid die in deze zaak – mede uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting – de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub e Rv Pro rechtvaardigt, zodat getroffen consumenten de bij de boilerroomfraude betrokken partijen uit diverse landen in één procedure voor hun nationale gerecht kunnen dagvaarden.
3.De beslissing
29 april 2026voor conclusie van antwoord aan de zijde van Kyrrex UK Ltd;