Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
(kenmerk G2021011370) om met betrekking tot de honden, katten en geelbuikschildpadden en de dieren die [eiser] eventueel in de toekomst gaat houden acht maatregelen in stand te houden.
de voormalige partner van [eiser] , toevoeging rechtbank] dat de pups twee dagen oud waren, is de minister van (op zijn minst) twee dagen uitgegaan. [eiser] en [naam ] hebben echter ter zitting van het College verklaard dat de negen pups in de nacht van 13 op 14 december 2021 zijn geboren. Dat is niet per se met de eerdere mededeling in tegenspraak en kan betekenen dat er sinds de bevalling mogelijk beduidend minder uren waren verstreken dan de minister aanneemt. Het feit dat [eiser] op 14 december 2021 nog geen afspraak met de dierenarts had gemaakt, wil verder niet zeggen dat het niet aannemelijk is dat hij hoe dan ook van plan was om op 15 december 2021 de dierenarts te bellen. Het feit dat niet van een overtreding kan worden gesproken, betekent dat de minister ook niet bevoegd was (spoed)bestuursdwang toe te passen.“
3.Het geschil
4.De beoordeling
als gevolg vandie onrechtmatige bestuursdwang schade heeft geleden, komt die schade voor vergoeding in aanmerking.
Daarnaast werden op 15 december 2021 ook nog nieuwe overtredingen van de Wet Dieren en het Bhvd geconstateerd, ten aanzien van de kippen, en werd hond [hond 6] die recent was bevallen van 9 puppy’s met veel uitvloeiing, koorts en (deels) liggend in het bloed aangetroffen. Het CBb heeft ten aanzien van hond [hond 6] weliswaar geoordeeld dat geen sprake was van een overtreding maar heeft ook overwogen dat hond [hond 6] gezien de symptomen zo spoedig mogelijk moest worden onderzocht. Verder blijkt uit het verslag dierenartsverklaring gezelschapsdieren van 16 december 2021 dat de conditie/toestand van elk van de vier teefjes zou verslechteren zonder directe (medische) verzorging.
condicio sine qua non verbandtussen de onrechtmatige daad jegens [eiser] en de gestelde schade, zodat [eiser] géén aanspraak heeft op schadevergoeding.
Stress en/of tijdelijke uithuisplaatsing zou kunnen lijden tot tijdelijk uitblijven van loopsheid.”blijkt slechts dat in zijn algemeenheid stress en/of tijdelijke uithuisplaatsing tot
tijdelijkuitblijven van loopsheid
zou kunnen leiden.Bovendien dateert de verklaring van meer dan twee jaar na de datum van de inbewaringneming, en blijkt daaruit niet dat de betreffende honden door deze dierenarts zijn onderzocht naar aanleiding van het uitblijven van loopsheid in de periode na hun teruggave aan [eiser] . De verklaring is dan ook onvoldoende concreet voor de conclusie dat het uitblijven van loopsheid bij de honden van [eiser] , over een periode van jaren, is veroorzaakt door de inbewaringneming.