Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres]eiseres,
de burgemeester van Katwijk, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
dat de belanghebbende gedurende een door de Verdragsluitende Staat vast te stellen tijdvak zijn gewone verblijf op het grondgebied van die Staat heeft gehad; bedoeld tijdvak mag niet op langer dan tien jaar in totaal worden gesteld, noch op langer dan vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek”. [7] In de RWN heeft de wetgever beoogd op nationaal niveau van deze voorwaarde gebruik te maken.