ECLI:NL:RBDHA:2026:7265

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
AWB 24/16295
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening tegen niet-behandelde aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 30 september 2024, waarbij zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige niet in behandeling is genomen. Dit besluit bevatte tevens een terugkeerbesluit. Verzoeker diende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in vanwege de directe en ingrijpende gevolgen van het terugkeerbesluit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen indien er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is. Het bezwaar van verzoeker tegen het besluit is op 19 december 2024 ongegrond verklaard en verzoeker heeft geen beroep ingesteld. Hierdoor ontbreekt de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/16295

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 maart 2026 in de zaak van

[verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen verweerders besluit van 30 september 2024 waarbij zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘arbeid als zelfstandige’ niet in behandeling is genomen. Het besluit behelst tevens een terugkeerbesluit.
2. Verzoeker heeft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend omdat het terugkeerbesluit directe en ingrijpende gevolgen voor hem heeft.
3. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. [1] De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Overwegingen

4. Alleen als er een bezwaar- of beroepsprocedure loopt kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden toegewezen.
5. Op 19 december 2024 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen zijn besluit van 30 september 2024 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft daartegen geen beroep ingesteld. Daardoor is er niet langer sprake van de vereiste connexiteit. [2]

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
13 maart 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.