ECLI:NL:RBDHA:2026:7257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, alsmede een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, zijn overschreden. De ingebrekestelling is correct en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 27 april 2026, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Deze termijn overschrijdt niet de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister niet binnen deze termijn beslist. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevat een uitgebreide motivering over de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank benadrukt dat de minister verplicht is binnen de gestelde termijn een besluit te nemen en dat bij overschrijding de dwangsom verschuldigd is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen 27 april 2026 te beslissen en er wordt een dwangsom opgelegd bij overschrijding.