Uitspraak
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Feiten en omstandigheden
29 november 2018 [3] heeft deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft de Europese Unie sindsdien niet verlaten. Dat betekent dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod nog steeds gelden.
Beoordeling door de rechtbank
Artikel 7 van Pro het Handvest biedt dan ook geen verdergaande bescherming aan eiser dan artikel 8 van Pro het EVRM, waardoor de minister niet gehouden was nog een afzonderlijke beoordeling op grond van artikel 7 van Pro het Handvest te maken.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 2 oktober 2024;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven voor zover dat ziet op de weigering tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER en de artikel 8 van Pro het EVRM beoordeling ten aanzien van [persoon 3] ;
- draagt verweerder op om in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM ten aanzien van [persoon 1] en [persoon 2] , met inachtneming van deze uitspraak, binnen zes weken na bekendmaking van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar te beslissen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden.