Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het bestreden besluit
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 15 januari 2026 uitspraak gedaan in een asielprocedure van een minderjarige vreemdeling uit Gambia. De eiser, die zich op 11 augustus 2023 in Nederland meldde, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 24 juni 2025 is afgewezen. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 4 december 2025 in Breda, waar de eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat de asielaanvraag ongegrond was, omdat de vrees van de eiser voor vervolging in Gambia niet aannemelijk was gemaakt. De rechtbank erkende dat de eiser discriminatie had ondervonden op basis van zijn Mandinka-etniciteit, maar oordeelde dat deze discriminatie niet zodanig ernstig was dat het zijn bestaansmogelijkheden in Gambia zou beperken. De rechtbank concludeerde dat er adequate opvang beschikbaar was in Gambia, zoals weeshuizen, en dat de eiser niet in aanmerking kwam voor een AMV-buitenschuldvergunning. De rechtbank verwierp ook de beroepsgronden van de eiser met betrekking tot de leeftijdsbepaling, aangezien de eiser in Italië geregistreerd stond met een andere geboortedatum. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.