ECLI:NL:RBDHA:2026:7243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Eiser verzocht de minister van Asiel en Migratie om vaststelling van verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). De minister wees dit verzoek bij besluit van 20 mei 2025 af, waarna eiser bezwaar maakte. Dit bezwaar werd bij besluit van 28 augustus 2025 eveneens afgewezen.
De rechtbank Den Haag beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat eiser geen tijdelijke bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, waardoor artikel 11 van Pro de RTB niet van toepassing is. Eiser voerde geen inhoudelijke gronden aan die het standpunt van de minister konden weerleggen dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming.
De rechtbank concludeerde dat het enkele feit dat eiser bescherming in Nederland aanvraagt en geen bescherming in een andere lidstaat geniet, geen grond is om tijdelijke bescherming toe te kennen. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van tijdelijke bescherming wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.