ECLI:NL:RBDHA:2026:7232
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en psychische problematiek
Eiser, een Tunesische asielzoeker met ernstige psychische problemen, diende op 24 september 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, wat door de Duitse autoriteiten is bevestigd.
Eiser voerde aan dat zijn overdracht naar Duitsland in strijd zou zijn met artikel 2 en Pro 3 EVRM en artikel 17 Dublinverordening Pro vanwege zijn psychische toestand. Hij stelde dat hij tijdens het aanmeldgehoor niet in staat was zijn bezwaren kenbaar te maken en dat een nieuw gehoor en medisch onderzoek noodzakelijk zijn, verwijzend naar het arrest C.K. en het Tarakhel-arrest van het EHRM.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn bezwaren te uiten tijdens het gehoor en in de procedure. Uit het medisch dossier bleek dat hoewel eiser psychische klachten heeft, er geen reëel risico is op onomkeerbare verslechtering door overdracht. Ook was niet aannemelijk dat zonder aanvullende garanties geen toereikende zorg in Duitsland beschikbaar is.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.B. de Boer op 3 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.