ECLI:NL:RBDHA:2026:7223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende op 13 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Duitsland had eerder een verzoek om overname van de asielaanvraag bevestigd.
Eiser betoogde dat Duitsland een minder gunstig asielbeleid voert voor Jemenitische asielzoekers en dat terugkeer naar Duitsland onevenredige hardheid zou opleveren, mede vanwege de veiligheidssituatie in Jemen en het risico op indirect refoulement. Hij verwees naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen aanleiding zag om de asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De Duitse autoriteiten zijn gebonden aan Europese verplichtingen, waaronder het verbod op uitzetting in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Het verschil in beleid en eerdere afwijzing in Duitsland rechtvaardigen geen uitzondering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft buiten behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.