Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
productie 24;
2.De feiten
Can the instrument electrospin 3 different polymers such that these polymers do not mix? See sheet Not Mixing Materials.
Can the instrument electrospin 3 different polymers at a common position? See sheet Mixing Materials.
Can the instrument electrospin with single needles for each polymer solution for Research mode?
Can the temperature be controlled in the range of 18-45 degrees Celsius in the electrospinning chamber with a stability of +/- 1 degree Celsius?
Can the Relative Humidity be controlled from 10% to 80% in the electrospinning chamber with a stability of +/- 3%, depending on temperature?
Can the instrument record the electrospinning process with video in MP4 or MPEG?
Can the instrument operate with <30L nitrogen gas/min during operation with inert gas?
Has the instrument the possibility to work with inert gases, in terms of safety, like nitrogen gas?
Does the instrument follow European CE standard?
Can the instrument operate with <30L nitrogen gas/min during operation with inert gas?
When the offered device is installed at Wetsus, the electrospinner is subjected to a site acceptance test (SAT). The Tenderer agrees that the procedure will be cancelled at the expense of the tenderer if the SAT test is not met and no workable solution is available.”
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
bis-Verordening). De vorderingen zijn namelijk ingesteld na 10 januari 2015 (zie art. 66 Brussel Pro I
bis-Verordening) en de procedure betreft een handelszaak in de zin van art. 1 lid 1 Brussel Pro I
bis-Verordening. De rechtsmacht van de voorzieningenrechter vloeit voort uit artikel 4 lid 1 van Pro de Brussel I
bis-Verordening, omdat Wetsus statutair is gevestigd in Nederland. Bovendien volgt uit paragraaf 0.3 en 5.6 van het Beschrijvend Document dat partijen een forumkeuze hebben gemaakt voor de rechtbank Den Haag, zodat de voorzieningenrechter (ook) op grond van artikel 25 van Pro de Brussel I
bis-Verordening rechtsmacht heeft.
electrospinning chamber(de ‘kamer’ van de machine) kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 18 tot 45 ℃ met een stabiliteit van +/- 1 ℃. De beoordelingscommissie van Wetsus heeft geoordeeld dat aan dit criterium niet is voldaan, omdat het door Matregenix ontworpen systeem niet actief kan koelen en het daarom niet mogelijk is om de temperatuur te reguleren over het volledige door Wetsus uitgevraagde bereik.
electrospinning chamberstandaard is in de markt, en niet ook het actief kunnen terugkoelen. Dat is volgens haar ook logisch, omdat de warmterange start bij 18 ℃, wat overeenkomt met de omgevingstemperatuur (
ambient temperature). De electrospinner kan vanaf 18 ℃ verwarmen tot 45 ℃ met een stabiliteit van +1 ℃. Als de temperatuur weer naar beneden moet, kan de machine worden geopend zodat de
electrospinning chambergeleidelijk weer afkoelt naar
ambient temperature. Daar is geen aparte
toolof toepassing voor nodig en in de markt hebben electrospinners dat ook niet, aldus Matregenix. Verder wijst zij erop dat niet is voorgeschreven dat het koelen binnen bepaalde tijd zou moeten worden bewerkstelligd en dat Wetsus evenmin een actief koelingssysteem heeft uitgevraagd.
electrospinning chamberte verwarmen tot 45 ℃ en deze ook moet kunnen koelen tot 18 ℃. Eis 4 schrijft letterlijk voor dat de temperatuur moet kunnen worden gecontroleerd binnen het bereik van 18 tot 45 ℃. Dat impliceert enerzijds dat als de temperatuur aan de onderkant van dat bereik zit, de temperatuur omhoog moet kunnen worden gebracht (door middel van verwarmen) en anderzijds dat als de temperatuur aan de bovenkant van het bereik zit, de temperatuur omlaag moet kunnen worden gebracht (door middel van koelen). Een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver had uit deze de formulering ‘kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 18 tot 45 ℃ met een stabiliteit van +/- 1 ℃’ dus moeten begrijpen dat de electrospinner ook de temperatuur ook actief naar beneden kunnen brengen. Dat een dergelijke koelingsfunctie niet standaard wordt aangeboden op de markt voor electrospinners, zoals Matregenix betoogt, maakt dat niet anders. Met die stelling gaat Matregenix eraan voorbij dat bij de uitleg van een aanbestedingseis gaat om de bewoordingen van het criterium, naar objectieve maatstaven, en die bewoordingen zijn duidelijk.
Heating-only temperature control from 18℃ to 45℃.” Uit het feit dat Wetsus dit document met deze specificatie heeft ontvangen en niet heeft afgewezen, kan – anders dan Matregenix betoogt – niet worden afgeleid dat Wetsus daarmee heeft bevestigd dat de electrospinner niet over een koelingsfunctie hoeft te beschikken. Wetsus heeft namelijk onweersproken gesteld dat het toesturen van deze specificaties geen onderdeel was van de aanbestedingsprocedure en dat zij bovendien na de ontvangst van dit document aan Matregenix heeft bericht dat zij geen validatie van het ontwerp zal verstrekken tijdens de ontwikkelingsfase en dat de enige formele validatie zal plaatsvinden tijdens de SAT. Uit dit antwoord van Wetsus heeft Matregenix dus niet kunnen afleiden dat de door haar aangeboden electrospinner zonder koelfunctie voldeed aan eis 4. Ook uit de omstandigheid dat Wetsus het ontbreken van een koelfunctie niet direct bij de installatie van de electrospinner in haar faciliteit en/of tijdens de training van haar personeel heeft gemeld, heeft Matregenix niet kunnen afleiden dat haar electrospinner aan de eisen met betrekking tot de temperatuurregulering voldeed. Uit de aanbestedingsstukken volgt duidelijk dat de door Wetsus uit te voeren SAT het moment was waarop werd getoetst of het instrument aan de vereisten voldoet.
workable solution”) voorhanden is. Zoals beide partijen terecht tot uitgangspunt nemen, mag die deze oplossing geen ontoelaatbare wezenlijke wijziging van de opdracht zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Matregenix niet voldoende aannemelijk gemaakt dat een werkbare oplossing voorhanden is. Hoewel aannemelijk is dat het openzetten van de
electrospinning chambertot een temperatuurdaling zal leiden, heeft Wetsus er terecht op gewezen dat deze temperatuurdaling wordt begrensd tot de hoogte van de kamertemperatuur in de faciliteit van Wetsus. Omdat Wetsus onweersproken heeft gesteld dat de kamertemperatuur in haar faciliteit kan variëren en deze niet altijd 18 ℃ zal zijn, acht de voorzieningenrechter op voorhand aannemelijk dat het openzetten van de
electrospinning chamberniet per definitie leidt tot een daling van de temperatuur tot de gewenste 18 ℃. Daarmee voldoet de door Matregenix aangeboden oplossing niet aan de voorgeschreven eis dat temperatuur moet kunnen worden gecontroleerd binnen een bereik van 18 ℃ tot 45 ℃ met een stabiliteit van +/- 1 ℃.
electrospinning chamberkan worden gecontroleerd binnen een bereik van 10% tot 80% met een stabiliteit van +/- 3% afhankelijk van de temperatuur. De beoordelingscommissie van Wetsus is tot de conclusie gekomen dat de electrospinner van Matregenix niet aan deze eis voldoet, omdat deze niet in staat is om de lucht in de
electrospinning chamberactief te bevochtigen binnen het bereik van 10% tot 80% met een stabiliteit van +/- 3%. Ook is de ontvochtigingscapaciteit naar het oordeel van de beoordelingscommissie onvoldoende.
electrospinning chambereen droog klimaat te houden. De door Matregenix aangeboden electrospinner voldoet aan die eis. Verder stelt Matregenix dat haar electrospinner met een kleine aanpassing alsnog kan voldoen aan de eis dat deze moet kunnen bevochtigen. Volgens Matregenix kan de configuratie van de klimaatreguleringsunit eenvoudig worden veranderd door de twee uitlaten van de klimaatreguleringsunit om te draaien zodat het systeem kan bevochtigen in plaats van te ontvochtigen. Deze aanpassing is technisch eenvoudig, marktconform en vereist geen wijziging van de machine. Volgens Matregenix biedt dit een werkbare oplossing die overeenstemt met de aanbestedingseisen, zeker nu nergens uit volgt dat een handmatige aanpassing om te bevochtigen verboden zou zijn.
electrospinning chamberook moet kunnen bevochtigen, terwijl Wetsus stelt dat dit wel degelijk uit de formulering van de eis voortvloeit. Toetsend aan de hiervoor bij 4.8 genoemde cao-norm, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de bewoordingen van knock-out eis 5 naar objectieve maatstaven geen andere uitleg toelaten dan dat de electrospinner ook moet beschikken over een luchtbevochtiger. Uit de bewoordingen van eis 5 dat de relatieve luchtvochtigheid kan worden gecontroleerd binnen een bereik van 10% tot 80% met een stabiliteit van +/- 3%, volgt dat electrospinner de relatieve luchtvochtigheid zowel omlaag moet kunnen brengen (door ontvochtiging) als moet kunnen verhogen (door bevochtiging). Matregenix had daaruit als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver moeten begrijpen dat de elektrospinner de lucht in de
electrospinning chambermoet kunnen bevochtigen. Ook hier geldt dat de eventuele omstandigheid dat een dergelijke bevochtigingsfunctie niet de marktstandaard is, zoals Matregenix naar voren heeft gebracht, onverlet laat dat de bewoordingen van de eis duidelijk en niet voor meerderlei uitleg vatbaar zijn.