Verzoekster heeft op 8 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 23 januari 2024. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie alsnog op 7 januari 2026 een besluit genomen. Hierdoor heeft de minister gedeeltelijk aan verzoekster tegemoetgekomen, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten kunnen worden toegewezen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van deze proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier R. de Mul, zonder zitting, op 15 januari 2026.