ECLI:NL:RBDHA:2026:7188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
NL24.21435
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 29 Vw 2000Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid politieke bedreigingen zoon

Eiseres, een Sierra Leoonse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland vanwege bedreigingen die zij zou ondervinden vanwege de politieke activiteiten van haar zoon, die in Nederland verblijft en zich kritisch uitlaat over de regering in Sierra Leone. Zij werd in Sierra Leone aangevallen, wat zij toeschrijft aan deze politieke context.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van de bedreigingen en het verband met de aanval niet aannemelijk waren. De rechtbank bevestigt dit oordeel, wijzend op het ontbreken van direct bewijs, het feit dat eiseres niet wist wie haar aanvallers waren, en dat andere familieleden geen problemen ondervonden. Ook het aangeleverde audiofragment werd niet als relevant beschouwd.

Eiseres voerde aan dat de aanval niet willekeurig was en dat haar leeftijd en gezondheid meegewogen moesten worden, maar de rechtbank vond dat deze argumenten onvoldoende onderbouwd waren. Ook het bezwaar over de onafhankelijkheid van de tolk werd niet gegrond verklaard.

De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21435

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Taheri),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Wieman).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.
2.1.
Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij heeft de Sierra Leoonse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1968. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 23 april 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hiertoe heeft zij op 21 mei 2024 gronden ingediend. Verweerder heeft op 16 januari 2026 hierop gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. [naam 1] , zoon van eiseres, heeft op verzoek van eiseres en gemachtigde opgetreden als tolk nu de daartoe opgeroepen tolk niet (tijdig) verschenen is.

Overwegingen

Het asielrelaas
3.
3.1.
Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres heeft verklaard dat zij in 2022 in haar wijk is aangesproken door vier jongens over het feit dat de zoon van eiseres op het internet posts plaatst over de president en de overheid in Sierra Leone. Haar zoon verblijft in Nederland, is onderdeel van de Nederlandse tak van SLPP en spreekt zich in Nederland over de politiek in Sierra Leone uit. Eiseres kreeg de opdracht haar zoon hier op aan te spreken, maar zij nam dit niet serieus. Eiseres is later die dag op bezoek gegaan bij mensen van wie een familielid was overleden en is ’s avonds laat daarvan terug gekomen. Op weg naar huis is zij aangevallen door een groep jongens. Naar aanleiding hiervan heeft haar zoon in Nederland geregeld dat zij naar Nederland kon komen en heeft hij haar geadviseerd om asiel aan te vragen, omdat haar leven in Sierra Leone gevaar loopt vanwege zijn politieke uitlatingen.
Het bestreden besluit
4.
4.1.
Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. problemen vanwege de politieke activiteiten van de zoon van eiseres.
4.2.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit, herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De problemen vanwege de politieke activiteiten van de zoon van eiseres vindt verweerder niet geloofwaardig. Volgens verweerder is de stelling van eiseres dat zij is aangevallen vanwege de politieke activiteiten van haar zoon gebaseerd op aannames. Verweerder voert daartoe aan dat dat eiseres verklaard heeft niet te hebben gezien door wie zij is aangevallen, dat haar andere zoon en andere familieleden geen problemen hebben ondervonden en dat eiseres zelf op een eerder moment ook geen problemen ondervond. Verweerder wijst erop dat eiseres juist heeft verklaard dat er goede dingen werden gezegd over de politieke activiteiten van haar zoon en dat eiseres woonde in een gebied (Kenema) dat pro SLPP-partij is. Dit alles wijst niet op een causaal verband tussen de aanval en de politieke activiteiten van de zoon van eiseres, aldus verweerder.
4.3.
Omdat verweerder alleen het eerste relevante element geloofwaardig heeft bevonden heeft verweerder beoordeeld of dat eerste relevante element een asielgrond vormt als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Volgens verweerder is dit niet het geval, omdat op grond van het eerste relevante element niet aannemelijk is dat eiseres een gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Gelet hierop heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Beroepsgronden
5.
5.1.
Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij onredelijk in haar belangen wordt geschaad omdat verweerder haar problemen vanwege de politieke activiteiten van haar zoon ongeloofwaardig acht. Volgens haar geeft dit blijk van een onzorgvuldige en onredelijke belangenafweging. Eiseres betoogt dat de aanval niet van willekeurige aard is, zoals verweerder stelt. Gezien de opeenvolging van gebeurtenissen is er volgens eiseres wel degelijk sprake van een causaal verband tussen de activiteiten van haar zoon en de aanval. Eiseres volgt verweerder ook niet in het standpunt dat haar verklaring dat alleen goede dingen over haar zoon werden gezegd en het feit dat zij in een SLPP-gebied woont, maakt dat de problemen vanwege de politieke activiteiten van haar zoon ongeloofwaardig zijn. Eiseres voert tenslotte aan dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de oudere leeftijd en verminderde gezondheid van eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

6.
6.1.
Verweerder heeft de problemen van eiseres als gevolg van de activiteiten van haar zoon ongeloofwaardig geacht, omdat de stelling van eiseres dat zij is aangevallen vanwege deze activiteiten gebaseerd is op aannames. Een causaal verband tussen de aanvallen en de politieke activiteiten ontbreekt, aldus verweerder. Ook is niet gebleken dat de bedreiging van eiseres eerder op de dag verband hield met de aanval op haar in de avond. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte overwogen dat het asielrelaas op aannames berust. Verweerder heeft er daarbij op kunnen wijzen dat eiseres niet heeft gezien door wie zij is aangevallen en dat de conclusie van eiseres dat de jongens die haar eerder op de dag hebben aangesproken dezelfde personen zijn als die haar hebben aangevallen, daarom een aanname is. Daarbij komt dat eiseres in het nader gehoor heeft verklaard dat zij niets weet over de jongens die haar hebben aangevallen (p. 6 nader gehoor), dat zij hen nooit eerder had gezien (p. 7 nader gehoor) en dat zij over de jongens die haar aanvielen ook heeft verklaard dat zij de jongens niet kende (p. 10 nader gehoor).
Voorts heeft verweerder bij zijn motivering kunnen betrekken dat uit de informatie van the U.S. Department of State blijkt dat gewelddadige misdaad, zoals berovingen en mishandelingen, veelvuldig voorkomen in Sierra Leone. In Sierra Leone komen met name ’s nachts veel geweldsincidenten voor. Eiseres heeft verklaard dat het donker was toen zij werd aangevallen (p. 10 nader gehoor) en dat zij alleen was toen zij werd aangevallen (p. 10 nader gehoor). Niet valt uit te sluiten dat de aanvallen het gevolg zijn geweest van willekeurig geweld.
De rechtbank volgt verweerder dan ook in de stelling dat onvoldoende aannemelijk is dat de aanval op eiseres samenhing met de bedreiging eerder die dag . Verweerder heeft tegen kunnen werpen dat de conclusie dat de jongens door wie eiseres ’s avonds is aangevallen dezelfde zijn als die haar eerder die dag bedreigd hebben vanwege de politieke activiteiten van haar zoon, gebaseerd is op aannames en daarom niet zonder meer kan worden aangenomen als de waarheid.
6.2.
Verweerder heeft voorts overwogen dat de gestelde problemen vanwege de politieke activiteiten van haar zoon ongeloofwaardig zijn omdat andere familieleden geen problemen hebben ondervonden vanwege deze politieke activiteiten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres dit kunnen tegenwerpen. In het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat zowel haar zoon [naam 2] als andere familieleden geen problemen hebben ondervonden (p. 11 nader gehoor). In beroep heeft eiseres aan haar verklaringen toegevoegd dat haar zoon [naam 2] inmiddels al een tijdje wordt vermist. Eiseres vreest dat de politieke tegenpartij hier de hand in heeft, omdat deze haar familie sinds haar vertrek uit Sierra Leone niet met rust heeft gelaten. Dit leidt niet tot een ander oordeel. Niet is vast komen te staan dat haar zoon [naam 2] daadwerkelijk vermist wordt, en ook hier is niet gebleken dat de politieke activiteiten van haar zoon iets te maken hebben met de gestelde verdwijning. Bovendien zit er tussen het vertrek van eiseres uit het land van herkomst en het nader gehoor een tijdsverloop van bijna twee jaar en heeft eiseres in het nader gehoor – zoals hiervoor reeds opgemerkt – verklaard dat haar familieleden geen problemen hebben ondervonden. De stelling van eiseres dat de politieke tegenpartij haar familie sinds haar vertrek niet met rust heeft gelaten wordt dan ook niet gevolgd in navolging van hetgeen verweerder daarover in het verweerschrift heeft overwogen.
6.3.
In het bestreden besluit heeft verweerder zich verder, naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte, op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres dat andere mensen goede dingen zeiden over de politieke activiteiten van haar zoon Joseph afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar asielrelaas. In het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat dat zij door mensen aangesproken werd over de politieke activiteiten van haar zoon, dat deze mensen goede dingen zeiden en dat zij nooit negatief werd aangesproken over haar zoon (p. 9 nader gehoor). Bovendien was eiseres woonachtig in een gebied (Kenema) dat pro SLPP-partij is, ook dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar asielrelaas. De stelling van eiseres dat dit in context bekeken had moeten worden van een moeder die enkel oog heeft voor de goede dingen van haar kind, volgt de rechtbank niet. Eerst in beroep heeft eiseres aangegeven dat zij zich wel degelijk bewust is van de negatieve reacties en bedreigingen die plaatsvinden. Nu dit echter de kern van het asielrelaas van eiseres raakt, had van haar verwacht mogen worden dat zij ook in haar nader gehoor over de negatieve reacties had verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder kunnen vinden dat de voorgenoemde verklaring van eiseres afbreuk doet aan de geloofwaardigheid dat eiseres problemen heeft ondervonden als gevolg van de politieke activiteiten van haar zoon.
6.4.
Ook het door eiseres ingebrachte audiofragment leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft, naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte, er op gewezen dat het audiofragment van mei 2022 is, terwijl eiseres heeft verklaard dat zij in maart 2022 Sierra Leone heeft verlaten. Verweerder heeft dan ook kunnen stellen dat er geen verband is tussen het audiofragment en de aanval op eiseres. Zoals verweerder terecht opmerkt in het verweerschrift maakt het fragment de gestelde vrees bij terugkeer niet aannemelijk, nu eiseres niet eerder is aangevallen naar aanleiding van een dergelijk fragment.
6.5.
Eiseres heeft verder nog aangevoerd dat nu haar zoon vanwege zijn politieke activiteiten asiel heeft verkregen, ook zij logischerwijze een verblijfsvergunning asiel moet krijgen, nu zij vanwege dezelfde activiteiten gevaar loopt. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Uit het bestreden besluit blijkt – en dit is door verweerder ter zitting nogmaals herhaald – dat de zoon van eiseres geen asielvergunning heeft gekregen, maar een reguliere vergunning vanwege een medische behandeling. Verweerder heeft daar ter zitting nog aan toegevoegd dat de asielmotieven van eiser niets te maken hadden met politieke activiteiten en dat deze ongeloofaardig zijn bevonden.
6.6.
Eiseres stelt zich ook nog op het standpunt dat verweerder rekening had moeten houden met haar oudere leeftijd en verminderde gezondheid. In het briefverweerder heeft verweerder niet ten onrechte tegengeworpen dat niet duidelijk is geworden op welke manier verweerder hiermee rekening had moeten houden. Verweerder heeft in het bestreden besluit beoordeeld of eiseres in aanmerking dient te komen voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro hetgeen niet het geval is gebleken.
6.7.
Ter zitting heeft eiseres ten slotte nog naar voren gebracht dat de tolk die haar heeft bijgestaan tijdens het nader gehoor, niet onafhankelijk zou zijn geweest. Eiseres stelt dat de tolk wist wie haar zoon was, en dat de tolk van de Sierra Leoonse oppositie was. Door toedoen van de tolk heeft eiseres zich beperkt gevoeld om vrijelijk te verklaren. De rechtbank merkt op dat het in strijd met de goede procesorde is om deze beroepsgrond eerst ter zitting aan te voeren. . De rechtbank ziet in het dossier bovendien geen aanknopingspunten die het standpunt van eiseres onderbouwen. Zo heeft eiseres in het nader gehoor allereerst verklaard dat zij de tolk goed kan verstaan (p.2 nader gehoor). Daarnaast heeft zij aan het einde van het gehoor verklaard dat zij de tolk goed heeft kunnen begrijpen en verstaan. Op de vraag of zij nog op- of aanmerkingen heeft over de werkwijze van de gehoormedewerker of die van de tolk antwoordt eiseres “Jullie hebben goed met mij gepraat, met respect.” Nu ook in de correcties en aanvullingen en in de zienswijze niets is gemeld over de werkwijze en houding van de tolk, ziet de rechtbank geen aanleiding om eiseres in haar stelling te volgen.
6.8.
Gelet op al het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de door eiseres gestelde problemen vanwege de politieke activiteiten niet geloofwaardig zijn. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd tot stand is gekomen.
7.

Conclusie en gevolgen

8.
8.1.
Het beroep is gezien het voorgaande ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
8.2.
Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Oonincx, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Horst - van Dee, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000