ECLI:NL:RBDHA:2026:7176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen asielaanvraag wegens niet verschijnen voor nader gehoor
Eiser, een asielzoeker met de Belarussische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet verscheen voor het nader gehoor op 22 september 2025, ondanks meerdere uitnodigingen en zonder geldige reden. Eiser voerde aan dat zijn medische problemen, waaronder een scafoïdfractuur, verlammingsverschijnselen en hallucinaties, hem verhinderden te verschijnen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat zijn medische klachten zo ernstig waren dat hij niet kon verschijnen. Hoewel de medische klachten niet ter discussie stonden, ontbrak een verschoonbare reden voor het niet verschijnen. Eiser had ook niet tijdig contact gezocht met de minister om zijn situatie toe te lichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de minister om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier P.C.J. Lindeijer op 30 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wegens het niet verschijnen van eiser zonder geldige reden.