Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
de Minister van Asiel en Migratie, de minister. (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 7 september 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De minister hief de maatregel op 31 december 2025 na uitzetting van eiser en diende een verweerschrift in.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding. Uit een eerdere uitspraak van 18 december 2025 bleek dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was, zodat alleen de periode daarna relevant was.
Eiser voerde aan dat de toezegging van de Algerijnse autoriteiten voor een laissez-passer niet was bevestigd met een nota-verbaal, waardoor de bewaring onrechtmatig en disproportioneel zou zijn. De rechtbank verwierp dit, stellende dat de toezegging voldoende aannemelijk was en de uitzetting feitelijk had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging in de periode tussen 16 en 30 december 2025 geen aanleiding gaf om de maatregel op te heffen en dat de bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.