Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 29 oktober 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 4 februari 2026 en concludeerde toen dat de maatregel rechtmatig was tot het sluiten van het onderzoek. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting naar Bangladesh bestond, mede omdat de minister slechts schriftelijk rappelleerde en een reactie van Bangladesh uitbleef. De rechtbank oordeelde echter dat de minister maandelijks, laatstelijk op 12 maart 2026, rappelleerde bij de Bengalese autoriteiten en dat er geen aanwijzingen waren dat de identiteit of nationaliteit van eiser niet bevestigd kon worden.
Daarnaast bleek uit vertrekgesprekken dat eiser niet volledig meewerkte aan zijn uitzetting, terwijl hij daartoe verplicht is. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de minister onvoldoende voortvarend handelde en concludeerde dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.