ECLI:NL:RBDHA:2026:7091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij uitbetaling ouderschapsverlof
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om de uitkering voor betaald ouderschapsverlof aan zijn werkgever uit te betalen in plaats van aan hemzelf, op grond van het Ziekengeldreglement 2017. Hij stelde dat de uitkering aan hem had moeten worden betaald en niet aan de werkgever, en benadrukte dat zijn beroep niet gericht was op financieel voordeel maar op het principe.
Het UWV handhaafde het besluit en stelde dat de aanvraag via de werkgever verloopt en dat eiser geen procesbelang heeft omdat zijn belang louter principieel is. De rechtbank oordeelde dat procesbelang ontbreekt wanneer het resultaat van het beroep niet daadwerkelijk kan worden bereikt en het belang niet reëel is.
Omdat het geschil betrekking had op een reeds verstreken periode en eiser geen financieel voordeel kon behalen, maar slechts een principieel belang had, concludeerde de rechtbank dat er geen procesbelang was. Ook het feit dat eiser voor toekomstige aanvragen op de hoogte is van de procedure, gaf geen aanleiding tot procesbelang.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde zij de zaak niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier S. Cakir op 1 april 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.