Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7020

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/09/699254 / FA RK 26-1290
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene met alcoholstoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1956, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene lijdt aan een stoornis in alcoholgebruik die leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Eerder was een zorgmachtiging verleend tot 23 maart 2026.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan het goed te maken en vrijwillig mee te werken, maar prefereert hij ambulante zorg. De arts en verpleegkundige rapporteerden cognitieve beperkingen, problemen met dagstructuur en medicatie-inname, en benadrukten het belang van toezicht op medicatie. Het neuropsychologisch onderzoek is vertraagd, waardoor de uitslag nog niet bekend is, wat bepalend is voor het vervolgtraject.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twee maanden met de volgende zorgvormen: toedienen medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, toezicht op betrokkene en opname in een accommodatie. De behandeling wordt voor het overige aangehouden in afwachting van een geactualiseerde medische verklaring met de onderzoeksresultaten.

De rechtbank wijst ambtshalve het toezicht op medicatie-inname toe als verplichte zorgvorm, ondanks dat dit niet door de officier van justitie was verzocht. De machtiging geldt tot en met 26 april 2026. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van de officier van justitie, die geen nadere toelichting noodzakelijk achtte.

Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor twee maanden met verplichte zorgvormen en houdt het vervolgtraject aan in afwachting van neuropsychologisch onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/699254 / FA RK 26-1290
Datum beschikking: 26 februari 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Tussenbeschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 09 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 27 januari 2026 ondertekende medische verklaring van H. van der Steur, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 9 januari 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 februari 2026;
- een brief van de officier van justitie van 13 januari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam 1] ;
- de verpleegkundige, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met hem en dat hij vrijwillig meewerkt aan de behandeling. Omdat betrokkene al lang in de accommodatie verblijft zonder vooruitzicht, wil hij het liefst de behandeling in een ambulant kader voortzetten. Betrokkene kan zich wel vinden in het voorstel een zorgmachtiging voor de duur van twee maanden af te geven onder aanhouding van het overige, in afwachting van de uitkomst van het neuropsychologisch onderzoek.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat het neuropsychologisch onderzoek veel vertraging heeft opgelopen, waardoor de uitslag nog steeds niet bekend is. Dit duurt al maanden. Op de afdeling wordt gezien dat de geheugenfuncties van betrokkene gestoord zijn en hij het lastig vindt om zijn dag in te delen en initiatief te nemen.
De vervolgstappen zijn afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Indien betrokkene de diagnose dementie krijgt, heeft hij een indicatie en kan hij worden overgeplaatst naar een verpleeghuis. In het geval van een lichte cognitieve stoornis kan betrokkene met ambulante hulp terugkeren naar huis. Omdat betrokkene bekend is met alcoholafhankelijkheid, zal in dat geval Brijder Verslavingszorg worden ingeschakeld ter ondersteuning. Hij is echter ambivalent ten aanzien van het accepteren van ambulante zorg. In afwijking van de verzochte vormen van verplichte zorg acht de arts de komende twee maanden enkel de toepassing van
toedienen van medicatie, medische controles, beperken van de bewegingsvrijheiden
opnemen in een accommodatienoodzakelijk en voorzienbaar. Tevens verzoekt de arts de rechtbank om het
uitoefenen van toezicht op betrokkeneambtshalve toe te wijzen, omdat van belang is dat toezicht wordt gehouden op de medicatie-inname door betrokkene.
De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat duidelijke cognitieve schade wordt waargenomen bij betrokkene. Hij heeft moeite met slapen en het behouden van structuur. Zo heeft hij momenten waarbij hij het dag- en nachtritme omdraait en enkel ’s nachts eet. Ook gaat betrokkene vaak niet mee naar buiten en moet hij veel aangespoord worden om activiteiten te ondernemen. Momenteel is betrokkene abstinent van alcohol, omdat hij de accommodatie niet verlaat en geen gebruik maakt van zijn vrijheden. Eerder heeft betrokkene medicatie geweigerd en omdat hij geen medicatie wil, zal hij deze niet betrouwbaar innemen. Vandaar dat goed toezicht door de verpleegkundige noodzakelijk is wanneer hij de orale medicatie krijgt aangereikt.

Beoordeling

Op 23 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 23 maart 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een stoornis in alcoholgebruik.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is bekend met alcoholafhankelijkheid. Hij werd met een zorgmachtiging opgenomen voor een alcoholdetox en diagnostiek naar de cognitie. Voorafgaand aan de opname was er sprake van ernstige vervuiling en zelfverwaarlozing. Zo dronk betrokkene één tot vijf liter wijn per dag en was hij sinds 2024 niet meer buiten geweest.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er nog onvoldoende mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is eerder bekend met zorgmijdend gedrag en is ambivalent ten aanzien van het accepteren van hulp. Ook is nog geen uitslag bekend van het onderzoek, zodat ook niet bekend is welke route genomen moet worden en wat betrokkene daar dan op dat moment van vindt. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank acht de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek van groot belang voor de bepaling van het vervolgtraject. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de duur van twee maanden en voor het overige aangehouden. De rechtbank verzoekt voorafgaand aan de volgende mondelinge behandeling een geactualiseerde medische verklaring, waarin de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek worden uiteengezet. Tevens dient de stoornis in het alcoholgebruik door de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring nader te worden onderbouwd, met inachtneming van de door de Hoge Raad geformuleerde criteria.
Ten aanzien van de overige verzochte vormen van verplichte zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing daarvan niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van de arts en zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
In het verzoekschrift is de verplichte vorm van zorg
uitoefenen van toezicht op betrokkeneniet opgenomen. Op grond van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro is de rechtbank bevoegd ambtshalve af te wijken van de door de officier van justitie verzochte verplichte vormen van zorg. Gelet op de verklaring van de arts ter zitting is de rechtbank van oordeel dat het voorzienbaar is dat deze verplichte vorm van zorg in de toekomst noodzakelijk is voor betrokkene. De rechtbank overweegt hierbij dat de arts deze vorm van zorg noodzakelijk acht om te kunnen controleren of betrokkene zijn medicatie adequaat inneemt.
Op de zitting is kort van gedachten gewisseld tussen rechter, advocaat en arts onder welke vorm van verplichte zorg toezicht bij medicatie inname zou moeten vallen.
Naar het oordeel van de rechtbank valt dit specifieke toezicht onder de verplichte vorm van zorg Uitoefenen van toezicht, omdat dit taalkundig voor de hand ligt. Weliswaar wordt bij deze vorm vaak alleen gedacht aan camera toezicht, maar dat heeft te maken met de verplichte registratie van toezicht door een camera. Het betekent niet dat andere vormen van toezicht bij deze vorm zijn uitgesloten.
De rechtbank zal deze vorm van verplichte zorg dan ook ambtshalve toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 april 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2026.