Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7000

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/09/643684 / FA RK 23-1545
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator en aanhouding beslissing gezag en zorgregeling na mislukte ouderschapsbemiddeling

De rechtbank Den Haag behandelde verzoeken van ouders over het gezag en de zorgregeling voor hun minderjarige kinderen. Na een niet succesvol afgerond ouderschapsbemiddelingstraject en aanhoudende communicatieproblemen benoemt de rechtbank een bijzondere curator om te adviseren over een passende en duurzame zorgregeling.

De huidige zorgregeling, waarbij de kinderen bij de vader zijn op vrijdagmiddag tot zondagavond en woensdagmiddag, blijft voorlopig van kracht. De rechtbank houdt verdere beslissingen over het gezag en de zorgregeling aan in afwachting van het advies van de bijzondere curator. De minderjarige [minderjarige 1] gaf aan de weekenden bij de vader moeilijk te vinden, mede door veranderingen in de gezinssituatie en een incident tijdens een omgangsmoment.

De rechtbank verwijst de ouders naar een nieuw hulpverleningstraject, parallel (solo) ouderschap, om hun onderlinge communicatie te verbeteren. De bijzondere curator zal binnen drie maanden verslag uitbrengen, waarna de rechtbank een definitieve beslissing zal nemen. De rechtbank benadrukt het belang van regelmatig contact tussen de kinderen en de vader en verwacht volledige medewerking van de ouders aan de bijzondere curator.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator en houdt de beslissing over het gezag en de zorgregeling aan in afwachting van haar advies.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-1545 (gezag) en FA RK 26-1330 (wijziging zorgregeling)
Zaaknummer: C/09/643684 (gezag) en C/09/699332 (wijziging zorgregeling)
Datum beschikking: 26 februari 2026

Gezag, zorgregeling en benoeming bijzondere curator ex art. 1:250 BW Pro

Beschikking op het op 22 februari 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.W.S. Nijman in Oegstgeest.

Procedure

Bij beschikking van 11 juli 2023 van deze rechtbank:
  • is bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zullen zijn:
  • de ene week van zondagmiddag 13:00 uur tot 18:00 uur waarbij de vader de kinderen ophaalt en terugbrengt;
  • de andere week van woensdagmiddag 13:00 uur tot 18:00 uur waarbij de vader de kinderen ophaalt van school en terugbrengt naar de moeder,
waarbij geldt dat de vader het uiterlijk één week van tevoren aan de moeder dient door te geven als de zorgregeling geen doorgang kan vinden;
  • zijn de ouders doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling;
  • is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag aangehouden tot 1 januari 2024 pro forma.
Bij beschikking van 8 oktober 2024 is geconstateerd dat het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling waarnaar de ouders zijn doorverwezen pas in de zomer van 2024 is gestart, waardoor iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag is aangehouden tot
1 januari 2025 pro forma.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht van 22 januari 2025 namens de vader;
  • het bericht van 24 januari 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 4 augustus 2025 namens de vader;
  • het bericht van 15 augustus 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 13 november 2025 namens de moeder;
  • de brief van 23 januari 2026, met bijlagen, namens de moeder;
  • het bericht van 28 januari 2026, met een verzoek en met bijlage, namens de vader.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft in een gesprek met de rechter haar mening gegeven over de voorliggende verzoeken.
Op 29 januari 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Bij bericht van 28 januari 2026, met bijlage, is namens de vader verzocht om wijziging van de bij beschikking van 11 juli 2023 vastgestelde zorgregeling. Aangezien er in deze procedure al een eindbeslissing over de zorgregeling is genomen, kan de rechtbank niet nogmaals in deze procedure een beslissing over de zorgregeling nemen. Het verzoek van de vader is wel op de zitting van 29 januari 2026 besproken. De rechtbank heeft daarom na afloop van de zitting het verzoek van de vader aangemerkt als een nieuw verzoek en afgesplitst onder zaak- en rekestnummer C/09/699332 en FA RK 26-1330.
Na de zitting heeft de rechtbank het definitieve eindverslag van 30 januari 2026 van [instantie] ontvangen.

Openstaande verzoeken

Aan de rechtbank liggen nu nog voor:
in de procedure met zaaknummer C/09/643684:
het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder nu verzoekt dat zij voortaan alleen belast zal zijn met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2];
in de procedure met zaaknummer C/09/699332:
het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2], met wijziging van de beschikking van 11 juli 2023, waarbij de kinderen bij de vader zijn:
  • de ene week van vrijdagmiddag tot zondagavond;
  • de andere week van woensdagmiddag tot en met donderdagochtend;
  • een deel van de schoolvakanties.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikkingen is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Het traject ouderschapsbemiddeling bij [instantie] is niet succesvol afgerond, mede omdat [instantie] het traject heeft beëindigd toen de zitting in deze procedure werd gepland. De communicatie tussen de ouders en hun onderlinge verstandhouding is nauwelijks verbeterd. Desondanks is het de ouders wel gelukt om tijdens het traject een uitgebreidere zorgregeling overeen te komen, waarbij de kinderen bij de vader zijn in de ene week van vrijdagmiddag tot zondagavond en in de andere week op woensdagmiddag. De ouders verschillen van mening over of deze regeling goed uitgevoerd wordt en in het belang van de kinderen is. De vader wil graag de overeengekomen zorgregeling voortzetten en bij beschikking vastgelegd hebben. De moeder wil graag terug naar de regeling zoals vastgesteld bij beschikking van 11 juli 2023.
Bij het kindgesprek met [minderjarige 1] is het de rechtbank duidelijk geworden dat met name [minderjarige 1] het moeilijk vindt om de weekenden bij de vader door te brengen. Zijn woon- en gezinssituatie is veranderd. De vader woont inmiddels in [plaats 1] met zijn nieuwe partner en hun kind en er is een baby op komst. Er heeft tijdens een omgangsmoment in het weekend een incident plaatsgevonden waarbij de telefoon kapot van [minderjarige 1] is gegaan, wat veel indruk op haar heeft gemaakt. Ook heeft zij geen vriendinnetjes in [plaats 1]. [minderjarige 1] verveelt zich en heeft het gevoel dat het vervolgadvies voor de middelbare school erg belangrijk is voor haar vader. [minderjarige 1] heeft duidelijk aangegeven dat zij niet meer in de weekenden naar de vader wil, maar dat de woensdagmiddagen wel zo mogen doorgaan. Het is de rechtbank gebleken dat de invulling van de woensdagmiddagen lastig is, omdat de vader daarvoor vanwege de afstand naar [plaats 2] komt, maar daar geen woonruimte heeft. Daarom moet nadat de kinderen door de vader van school zijn gehaald de tijd worden overbrugd totdat [minderjarige 2] zwemles heeft. Daarnaast zal [minderjarige 1] na de zomervakantie naar de middelbare school gaan, waardoor haar rooster zal wijzigen en omgang met de vader op de woensdagmiddagen mogelijk niet meer goed mogelijk zal zijn.
Bijzondere curator
De rechtbank vindt het, net als beide ouders en de Raad, in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij regelmatig contact met de vader blijven behouden. Vanwege de weerstand van in ieder geval [minderjarige 1] tegen de huidige zorgregeling en gelet op de aankomende veranderingen na de zomervakantie ziet de rechtbank aanleiding om een bijzondere curator te benoemen, om te onderzoeken welke zorgregeling in het belang van de kinderen is en ook duurzaam is.
Op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als -in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige- de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank overweegt dat, gelet op de bovenstaande overwegingen, gebleken is dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Op de zitting is met de ouders gesproken over het benoemen van een bijzondere curator en beiden staan daarachter. Er is ook gesproken over de mogelijkheid van een raadsonderzoek. Op de zitting heeft de Raad aangegeven op dit moment geen aanleiding te zien voor een raadsonderzoek. De problematiek die er speelt ziet voornamelijk op (de communicatie tussen) de ouders en een raadsonderzoek is niet nodig om dat te constateren. Daarbij overweegt de rechtbank dat het belangrijk is dat de focus op de kinderen wordt gelegd. Een bijzondere curator is de aangewezen persoon om die focus aan te brengen, te kijken wat de kinderen nodig hebben en welke zorgregeling daarbij past.
Mevrouw mr. D.G.M. van den Hoogen is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te treden en zal hiertoe door de rechtbank worden benoemd.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om de situatie en de belangen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in kaart te brengen en de rechtbank en de ouders te adviseren over welke zorgregeling voor hen wenselijk en passend is. Het staat de bijzondere curator vrij om te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen. Het staat de bijzondere curator ook vrij om, als zij dit nodig acht (met instemming van de ouders), bij derden nadere informatie op te vragen over de kinderen om een zo volledig en compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie en de betrokken belangen.
De rechtbank verwacht van de ouders dat zij volledige medewerking verlenen aan de bijzondere curator en haar op eerste verzoek de gevraagde informatie zullen verstrekken en reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator binnen drie maanden schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders. De rechtbank zal in afwachting van dit verslag een definitieve beslissing op het verzoek tot wijziging van de zorgregeling aanhouden voor een periode van drie maanden.
Zo nodig zal de rechtbank na ontvangst van het schriftelijk verslag van de bijzondere curator een behandeling op de zitting plannen waarvoor de ouders en de bijzondere curator zullen worden opgeroepen.
Als de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.
Gezag en voorlopige zorgregeling
De rechtbank vindt het van belang dat de regeling waar op dit moment uitvoering aan wordt gegeven (en die de ouders samen zijn overeengekomen) voorlopig blijft doorlopen. De kinderen zijn deze regeling nu gewend en de rechtbank vindt het in hun belang dat zij regelmatig contact met de vader hebben. Daarbij overweegt de rechtbank ook dat de bijzondere curator beter kan onderzoeken of de weekenden bij de vader in het belang van de kinderen zijn, wanneer zij nog in de weekenden naar de vader gaan. Gelet op de weerstand van [minderjarige 1] heeft de rechtbank wel overwogen om tijdelijk terug te vallen op de oude zorgregeling, maar zij vindt dat op dit moment niet opportuun vanwege de benoeming van de bijzondere curator. De rechtbank zal daarom de huidige regeling als voorlopige zorgregeling vaststellen. De beslissing over de definitieve zorgregeling zal worden aangehouden in afwachting van het rapport van de bijzondere curator.
Gelet op het onderzoek van de bijzondere curator ziet de rechtbank ook aanleiding om het verzoek van de moeder ten aanzien van het gezag aan te houden.
Parallel (solo) ouderschap
Op de zitting is met de ouders gesproken over de beëindiging van het traject ouderschapsbemiddeling en de problemen die zij nog steeds ervaren in de communicatie. Uit het eindverslag van [instantie] blijkt dat de ouders geen vertrouwen hebben in elkaar, waardoor het niet lukt om op een constructieve manier met elkaar in gesprek te gaan. De Raad heeft op de zitting geadviseerd dat de ouders zich moeten gaan focussen op wat zij zelf kunnen veranderen, omdat zij de andere ouder niet kunnen veranderen. In dat kader is met de ouders gesproken over het volgen van een nieuw hulpverleningstraject, zoals parallel (solo) ouderschap.
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Het is aan de ouders om in het traject parallel (solo) ouderschap aan de slag te gaan en verder te werken aan hun onderlinge verstandhouding en communicatie. Om die reden, en mede gelet op de benoeming van de bijzonder curator en op het standpunt van de Raad ter zitting zal de rechtbank geen lus naar de Raad opnemen. De bijzondere curator gaat onderzoeken hoe het verder moet met de zorgregeling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Het is daarom ook niet nodig dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Kindbrief
De rechtbank heeft met [minderjarige 1] gesproken en zij zal aan haar een brief te sturen om uit te leggen wat de beslissing van de rechtbank is. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [minderjarige 1] heeft ontvangen. Deze brief wordt op dezelfde dag verzonden als de beschikking.
Beste [minderjarige 1],
Jouw moeder heeft aan mij gevraagd om te bepalen dat zij beslissingen over jou kan nemen zonder dat zij daarvoor toestemming aan jouw vader hoeft te vragen. Dat heet eenhoofdig gezag. Jouw vader heeft aan mij gevraagd om te bepalen dat jij en [minderjarige 2] hem zullen blijven zijn om de week in het weekend en om de week op woensdagmiddag.
Op woensdag 28 januari 2026 hebben wij hierover met elkaar gepraat. Het ging vooral over de afspraken die je vader en moeder over de omgang met je vader hebben gemaakt. Jij vertelde mij dat je de woensdagmiddag waarop je vader jou en je broertje van school komt halen wel oké vindt. Jullie gaan vaak wat eten en na de zwemles van je broertje brengt jullie vader jullie weer naar huis. Tussendoor gaan jullie soms naar je oma of andere dingen doen. Je vertelde me ook dat je de weekenden bij je vader in [plaats 1] niet fijn vindt. Je verveelt je dan heel erg en bent een beetje bang voor de boze buien van je vader. Je vertelde dat je daarom je vader het liefst alleen nog op woensdag wil zien. Verder lijkt het voor jou alsof je vader vooral je schooladvies heel belangrijk vindt. Je vindt het ook moeilijk om daar in slaap te vallen. Bij je moeder thuis vind je dat niet moeilijk.
Ik heb op de zitting met je moeder, je vader en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming gepraat. We weten allemaal niet goed wat het beste voor jou en [minderjarige 2] is. Daarom heb ik besloten om een bijzondere curator te benoemen. Dat is iemand die met jullie gaat praten en ook met je vader en moeder. De bijzondere curator heet Danielle van den Hoogen. Zij gaat na de gesprekken met jullie bedenken wat zij denkt dat het beste voor jou en [minderjarige 2] is en zij gaat dat dan aan mij vertellen. Net als in het gesprek met mij is alles wat je bespreekt met de bijzondere curator vertrouwelijk en zal zij alleen iets aan mij vertellen als jij het goed vindt.
Ik vind het belangrijk om eerst te horen wat de bijzondere curator mij gaat vertellen voordat ik mogelijk iets verander aan de afspraken over de omgang met je vader. Daarom blijven die afspraken voorlopig nog even zoals ze nu zijn. Nadat ik het advies van de bijzondere curator heb ontvangen komt er weer een zitting en zal ik jou ook weer uitnodigen om met mij te komen praten. Je mag dan zelf beslissen of je dat nog een keer wilt of niet.
De bijzondere curator gaat snel contact met jullie opnemen. Het zal wel even duren voordat zij jullie allemaal goed heeft gesproken en daarvan een verslag heeft gemaakt. Ik ga proberen in ieder geval voor de zomervakantie een beslissing nemen.
Ik wens jou in de tussentijd succes met alle toetsen en met het kiezen van een nieuwe school.
Met vriendelijke groet,
M.F. Baaij,
kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
11 juli 2023 –:
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats];
mw. mr. D.G.M. van den Hoogen,
kantoorhoudende te [adres 1],
[telefoonnummer 1],
[e-mailadres];
bepaalt dat de bijzondere curator binnen drie maanden schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan de ouders;
bepaalt dat de ouders:
[de moeder], bereikbaar via [telefoonnummer 2],
[de vader], bereikbaar via [telefoonnummer 3],
binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
voorlopigbij de vader zullen zijn:
  • de ene week van vrijdagmiddag tot zondagavond;
  • de andere week op woensdagmiddag;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de moeder] (de moeder),
wonende aan [adres 2],
en
[de vader] (de vader),
wonende aan [adres 3];
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
stelt vast dat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
het gezag en de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
1 juni 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 februari 2026.