Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 6 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
[de man],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 17 december 2024 van de zijde van de vrouw, met als bijlage het betekeningsexploot;
- het F9-formulier van 6 februari 2025 van de zijde van de vrouw, met als bijlage de geboorteakten;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken van de zijde van de man;
- het verweerschrift op zelfstandige verzoeken, tevens wijziging c.q. aanvulling van het verzoekschrift van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift op gewijzigde c.q. aanvullende verzoeken, tevens houdende wijziging c.q. aanvulling zelfstandige verzoeken, van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 28 augustus 2025 van de zijde van de man;
- de brief van 16 januari 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 19 januari 2026 van de zijde van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 19 januari 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen, tevens aanvullend c.q. wijziging verzoek;
- het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 29 januari 2026 van de zijde van de man, met bijlage.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2013 te [plaats].
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
- Deze rechtbank heeft op 25 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:
Verzoek en verweer
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de (definitieve) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, met een regeling voor de vakanties en feestdagen;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 321,- per kind per maand, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 12 juni 2025, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag met ingang van een door de rechtbank te bepalen datum;
- vaststelling van de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, met een regeling voor de vakanties en feestdagen;
- bepaling dat de man in verband met de echtelijke woning een vergoedingsrecht toekomt van 20% van de (verkoop)waarde van de echtelijke woning, althans dat de man in ieder geval een vergoedingsrecht toekomt van € 99.990,-;
- vaststelling van de wijze van verdeling, als volgt:
Beoordeling
De overwaarde[van de eerdere woning van partijen]
bedroeg als toen € 299.259,--. Dit bedrag werd ingebracht door partijen bij de aankoop van hun huidige woning. Daarenboven werd door de ouders van de man een bedrag geschonken ad € 99.000,--. Bijgaand wordt als productie 11 een verklaring herkomst gelden die zelf betaald worden als bewijs daarvan overgelegd.” Dit standpunt heeft de vrouw noch in haar brief van 16 januari 2026, noch in de producties van 19 januari 2026 gewijzigd.
Beslissing
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats],
- de ene week van donderdag uit school tot vrijdag 19.30 uur;
- de andere week van donderdag uit school tot maandagochtend naar school, waarbij geldt dat [minderjarige 3] tot één jaar na deze beschikking op zondagavond om 19.30 uur door de vader wordt thuisgebracht;
- waarbij geldt dat als de wisselmomenten op school zijn de ouder bij wie de kinderen zijn hen naar school brengt en ophaalt, en als er geen school is de ouder bij wie de kinderen zijn ze naar de andere ouder brengt, [minderjarige 3] wordt door de ouder bij wie hij is naar de andere ouder gebracht;
- voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;
- meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man, in de oneven jaren de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;
- zomervakantie: in de even jaren de eerste drie weken bij de man, de laatste drie weken bij de vrouw, in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vrouw en de laatste drie weken bij de man, waarbij geldt dat [minderjarige 3] in de zomervakantie van 2026 in week 2, 3 en 6 bij de man is, en in week 1, 4 en 5 bij de vrouw;
- herfstvakantie: in de even jaren bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;
- kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw, in de oneven jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man;
- verjaardag kinderen: reguliere zorgregeling;
- Vaderdag: bij de man vanaf 17.00 uur de dag ervoor tot 19.00 uur op de betreffende dag als er volgens de reguliere zorgregeling gewisseld moet worden;
- Moederdag: bij de vrouw vanaf 17.00 uur de dag ervoor tot 19.00 uur op de betreffende dag als er volgens de reguliere zorgregeling gewisseld moet worden;
- verjaardag ouders: reguliere zorgregeling;
- Pasen: in de even jaren bij de man, in de oneven jaren bij de vrouw;
- Pinksteren: in de even jaren bij de vrouw, in de oneven jaren bij de man;
- Sinterklaas: in de even jaren bij de vrouw, in de oneven jaren bij de man;
- Eerste Kerstdag: altijd bij de man;
- Tweede Kerstdag: altijd bij de vrouw;
- waarbij geldt dat een vakantieweek van zaterdag 10.00 uur tot zaterdag 10.00 uur is;