Partijen zijn gehuwd in 2015 en hebben een minderjarig kind geboren in 2022. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen waaronder vaststelling van de hoofdverblijfplaats van het kind, kinderalimentatie, huurrecht van de echtelijke woning en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De man voert verweer en heeft tevens een zelfstandig verzoek ingediend.
De rechtbank constateert dat de vrouw geen ondertekend ouderschapsplan heeft overgelegd, maar gelet op de omstandigheden is het redelijkerwijs niet mogelijk dit te verkrijgen. Daarom verklaart de rechtbank het verzoek ontvankelijk. Het huwelijk is duurzaam ontwricht, hetgeen door de man niet is betwist, zodat de echtscheiding wordt uitgesproken.
De man heeft de woning verlaten en stemt in met toewijzing van het huurrecht aan de vrouw. De hoofdverblijfplaats van het kind wordt bij de vrouw vastgesteld. De zorgregeling wordt aangepast met een gedetailleerd schema van verblijfs- en ophaaltijden vanaf 1 maart 2026. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €111,- per maand, geïndexeerd ten opzichte van de voorlopige voorziening.
De verdeling van de huwelijksgemeenschap vindt plaats op basis van de algehele gemeenschap van goederen, met peildatum 14 november 2024. De gezamenlijke bankrekening wordt bij helfte verdeeld en opgeheven, terwijl privérekeningen worden behouden met verrekening van de saldi. Verzoeken over spaargeld in Pakistan, woning in Pakistan en erfenis zijn ingetrokken. Sieraden behoren niet tot de gemeenschap en worden buiten beschouwing gelaten.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding.