ECLI:NL:RBDHA:2026:696
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was op 15 juli 2025 opgelegd en op 30 december 2025 opgeheven. Het geschil betrof de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring in de periode van 29 tot 30 december 2025 en de vraag of eiser recht had op schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot 29 december 2025 rechtmatig was bevonden in een eerdere uitspraak. De toetsing beperkte zich daarom tot de korte periode daarna. Eiser stelde dat het besluit tot opheffing onvoldoende gemotiveerd was en dat de maatregel onrechtmatig en willekeurig was voortgezet, ondanks medewerking aan de verwijderingsprocedure en het ontbreken van uitzicht op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat het arrest Mahdi van het Hof van Justitie EU niet van toepassing is op de opheffing van de maatregel, die een feitelijke handeling betreft. Verweerder had voldoende inzicht gegeven in de redenen voor opheffing, waaronder een belangenafweging en het ontbreken van bewijs van herkomst uit Nigeria. Er was geen sprake van willekeur of onrechtmatigheid in de korte periode van voortduren.
Ook ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid en het beginsel van non-refoulement leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.