ECLI:NL:RBDHA:2026:6923

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
28 maart 2026
Zaaknummer
C/09/679122 / FA RK 25-512
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben- de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging aanvullend ouderschapsplan na overeenstemming ouders

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de ouders om een aanvullend ouderschapsplan te bekrachtigen en op te nemen in de beschikking. De ouders, die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen, hadden reeds een ouderschapsplan dat bij beschikking van de rechtbank Limburg was bekrachtigd.

Tijdens de procedure bereikten partijen overeenstemming over aanvullende afspraken, vastgelegd in een aanvullend ouderschapsplan ondertekend op 19 januari 2026. Hierdoor kon de mondelinge behandeling op 28 januari 2026 komen te vervallen.

De rechtbank nam kennis van de ingediende stukken, waaronder de verzoeken en verweren van beide ouders, en besloot het verzoek toe te wijzen. Tevens verklaarde de rechtbank de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Overige tegenstrijdige verzoeken werden door partijen ingetrokken, zodat de rechtbank daar niet meer op hoefde te beslissen.

Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt het aanvullend ouderschapsplan en neemt dit op in de beschikking, verklaard uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-512
Zaaknummer: C/09/679122
Datum beschikking: 25 februari 2026

Opname (aanvullend) ouderschapsplan

Beschikking op het op 21 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken;
- het F9-formulier van 19 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het F9-formulier van 19 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.
Vanwege de door partijen bereikte overeenstemming heeft de mondelinge behandeling op de zitting van 28 januari 2026 geen doorgang gevonden.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de vader.
- Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW een ouderschapsplan opgesteld, welke bij beschikking van de rechtbank Limburg van 7 augustus 2023 is bekrachtigd.

Verzoek en verweer

De ouders verzoeken het aanvullende ouderschapsplan, zoals zij die hebben ondertekend op 19 januari 2026, te bekrachtigen door het aan de beschikking te hechten.

Beoordeling

Opname ouderschapsplan
Partijen zijn in de loop van de procedure tot overeenstemming gekomen. Zij hebben afspraken gemaakt in een aanvullend ouderschapsplan en verzoeken deze afspraken op te nemen in de beschikking. De rechtbank wijst het verzoek toe en neemt het aanvullende ouderschapsplan op door deze aan de beschikking te hechten.
Ingetrokken verzoeken
Partijen hebben over en weer hun anders luidende verzoeken ingetrokken, zodat de rechtbank daar niet meer op hoeft te beslissen.

Beslissing

De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van de rechtbank Limburg, met het daarvan deel uitmakende ouderschapsplan, van 7 augustus 2023 – :
*
neemt op in deze beschikking de getroffen onderlinge regeling, zoals die staan in het aangehechte aanvullende ouderschapsplan;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben- de Vries, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. F.M. Wijvekate, griffier op 25 februari 2026.