Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 11 februari 2026 door de minister van Asiel en Migratie aan hem is opgelegd. Hij betoogt dat zijn identiteit en nationaliteit inmiddels zijn vastgesteld en dat de maatregel niet langer gerechtvaardigd is, mede omdat zijn asielaanvraag op 25 februari 2026 is afgewezen. Tevens stelt eiser dat het voortduren van de bewaring disproportioneel is en dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychosomatische en depressieve klachten.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring ook kan worden gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, en dat eiser deze grondslag niet heeft betwist. De verzwaarde belangenafweging van verweerder is voldoende gemotiveerd en houdt rekening met eerdere uitspraken en de lopende procedures omtrent het terugkeerbesluit en de SIS-signalering. De rechtbank ziet geen nieuwe feiten die een andere belangenafweging rechtvaardigen.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht geen lichter middel heeft overwogen, omdat eiser geen medische stukken heeft overgelegd die detentieongeschiktheid aantonen. De aanwezige medische zorg in het detentiecentrum is toereikend, en eiser kan verzoeken om overplaatsing naar een regulier ziekenhuis.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.