Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere, individuele omstandigheden van eiseres, die ernstig ziek is en zich midden in een lopend behandeltraject bevindt. Hoewel de minister heeft overwogen dat er geen sprake is van onevenredige hardheid, heeft hij niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid om de asielaanvraag in Nederland te behandelen.
De rechtbank stelt vast dat de medische behandeling van eiseres in Duitsland mogelijk onderbroken wordt, wat bijzondere omstandigheden oplevert die een overdracht onevenredig hard maken. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze omstandigheden. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eisers.