Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
C/09/651963 / FA RK 23-5725
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking omgangsbegeleiding en voorlopige informatieregeling minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om omgangsbegeleiding en een voorlopige informatieregeling met betrekking tot zijn minderjarige dochter die hem niet kent.

Na eerdere aanhoudingen en in afwachting van hulpverlening heeft de rechtbank vastgesteld dat de omgang tussen vader en kind onder professionele begeleiding moet plaatsvinden. De vader zal via advocaten om de twee maanden een kaartje met een onbewerkte foto sturen om de minderjarige langzaam te laten wennen aan zijn aanwezigheid.

De omgang zal aanvankelijk twee keer per maand voor twee uur plaatsvinden, met uitbreiding in het tempo van het kind. De moeder moet maandelijks per e-mail informeren over belangrijke zaken zoals school, gezondheid en hobby’s, inclusief een recente foto van de minderjarige.

De rechtbank houdt verdere beslissingen over gezag, zorgverdeling en omgang aan tot 1 september 2026, in afwachting van het verloop van de omgangsbegeleiding. De kinderrechter heeft tevens een brief aan de minderjarige gestuurd om de voorlopige beslissing op een kindvriendelijke wijze uit te leggen.

Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat omgang onder professionele begeleiding start en legt een voorlopige informatieregeling op, terwijl verdere beslissingen worden aangehouden tot 1 september 2026.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-5725
Zaaknummer: C/09/651963
Datum beschikking: 24 februari 2026
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling en informatieregeling

Beschikking op het op 24 juli 2023 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers in Breda, voorheen: mr. E.J. Kim-Meijer in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Jongkoen in ’s-Gravenhage, voorheen: mr. S.C. Meijler in ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 7 mei 2024 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, de definitieve informatieregeling en de proceskosten aangehouden tot 1 november 2024 in afwachting van de hulpverlening.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht van 27 november 2024 van de vader;
  • het bericht met bijlage van 13 januari 2025 van de moeder;
  • het bericht van 5 september 2025 van de moeder;
  • het bericht van 10 november 2025 van de vader.
De minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] heeft in een gesprek met de kinderrechter haar mening gegeven.
Op 27 januari 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader (via videoverbinding) bijgestaan door waarnemend advocaat mr. M. Voogt en tolk F. Klunder;
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Omgang
Na de beschikking van 7 mei 2024 hebben de ouders zich gewend tot het [instantie] voor hulpverlening. Inmiddels heeft [minderjarige] statusvoorlichting over de vader gekregen. Volgens de moeder is er daarna een terugslag geweest in haar ontwikkeling waardoor [minderjarige] gestart is bij de schoolmaatschappelijk werkster. Ook de moeder ontvangt hulpverlening bij het omgaan met de situatie. De rechtbank gaat er vanuit dat deze hulpverlening voor [minderjarige] en voor de moeder zal worden gecontinueerd voor zolang dit nodig is.
De ouders hebben in januari 2025 vanuit de gezinscoach het advies gekregen om deel te nemen aan bemiddelingsgesprekken en Omgangsbegeleiding bij [zorginstantie 1] . In mei 2025 hebben de ouders bij [zorginstantie 1] een intakegesprek gehad, maar daarna is de gehele zaak wegens verhuizing van de moeder doorverwezen naar [zorginstantie 2] . Tot nu toe weten de ouders alleen dat zij op de wachtlijst bij [zorginstantie 2] staan voor professionele hulpverlening. De bemiddelingsgesprekken en de Omgangsbegeleiding zijn nog niet van de grond gekomen.
Namens de vader is aangevoerd dat de situatie veel te lang duurt. Hoewel het lastig is dat de vader in [land] woont en [minderjarige] in Nederland, is het volgens de vader niet onmogelijk om stappen te gaan zetten. De procedure loopt al langere tijd en tot op heden heeft de vader nog altijd [minderjarige] niet gezien. De moeder is het er mee eens dat de hulpverlening lang op zich laat wachten, maar is van mening dat het belangrijk is dat de hulpverlening wel wordt afgewacht. Gelet op de weerslag die de statusvoorlichting heeft gehad op [minderjarige] , moet onder professionele begeleiding de omgang tussen de vader en [minderjarige] worden opgebouwd.
De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel de situatie al lange tijd duurt en het in het belang van [minderjarige] is dat zij de vader leert kennen, is de rechtbank van oordeel dat dit onder professionele begeleiding moet gebeuren. De verstandhouding tussen de ouders is op dit moment slecht en er is weinig vertrouwen over een weer. Met de ouders is de situatie uitgebreid op de zitting besproken. De rechtbank is van oordeel dat het (vooral) aan de vader is om [zorginstantie 2] te rappelleren, eventueel met behulp van zijn advocaat, om ervoor te zorgen dat Omgangsbegeleiding zo snel mogelijk kan starten. De rechtbank acht het bij het traject Omgangsbegeleiding van belang dat met [minderjarige] wordt toegewerkt naar – in het begin – twee keer per maand omgang voor twee uur per keer, waarna uitbreiding in het tempo van [minderjarige] kan plaatsvinden. In aanloop naar de start van het traject zal de vader – via de advocaten – een keer per twee maanden een kaartje sturen naar [minderjarige] met daarbij een onbewerkte foto van zichzelf. De rechtbank overweegt hiertoe omdat [minderjarige] in het kindgesprek heeft aangegeven dat ze het leuk zou vinden om dat te ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat [minderjarige] op deze manier langzaam kan wennen aan het idee dat zij een vader heeft en hoe hij eruit ziet voordat de Omgangsbegeleiding zal gaan starten.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aanhouden.
Informatieregeling
Volgens de vader is de voorlopige informatieregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 7 mei 2024 niet nagekomen door de moeder. De moeder betwist dit, en stelt dat zij wel de vader een e-mail heeft gestuurd maar dat zij alleen geen foto van [minderjarige] heeft bijgevoegd omdat zij bang is dat de vader deze gaat verspreiden op social media.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de zorgen van de moeder, zal zij bepalen dat de moeder voorlopig maandelijks de vader per e-mail moet informeren over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot [minderjarige] . Hierbij moet gedacht worden aan school, gezondheid, vriendschappen en hobby’s van [minderjarige] . Daarnaast moet de moeder een goedgelijkende foto van [minderjarige] meesturen. Het is aan de vader om deze foto niet te delen op social media, temeer nu de moeder heeft aangegeven zich onveilig te voelen bij het idee dat de vader foto’s van [minderjarige] heeft. De rechtbank acht het desondanks van belang dat de vader foto’s van [minderjarige] ontvangt. De vader heeft het recht om te weten hoe zijn dochter eruit ziet en de over en weer uitgewisselde foto’s zullen ook het te leggen contact vergemakkelijken.
Gezag
Nu het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt aangehouden, zal de rechtbank het verzoek van de vader om mede met het gezag te worden belast, eveneens aanhouden tot nader te noemen pro forma datum.
Brief aan [minderjarige]
Tegelijkertijd met de beschikking zal de kinderrechter aan [minderjarige] een brief sturen, waarin de voorlopige beslissing aan haar wordt uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:
Beste [minderjarige] ,
Op maandag 26 januari 2025 spraken wij elkaar. Jij hebt mij verteld dat je nu weet dat je ook een vader hebt. Je hebt mij ook verteld dat je dat een heel spannend en ook eng idee vindt. Je wil hem liever niet ontmoeten en je zou het fijner vinden als je verder met rust wordt gelaten door hem.
Ik heb iets anders beslist dan wat jij wil. Ik heb je beloofd dat ik het aan je zou uitleggen als ik dat zou doen. Daarom stuur ik je deze brief.
Hoewel jij je vader helemaal niet kent, is hij toch een onderdeel van jou. Net als je moeder. Je weet het nu nog niet, maar misschien hebben jouw handen wel dezelfde vorm als zijn handen, of lachen jullie op dezelfde manier, of heb je net als hij soms last van een kriebel in je neus. Ik vind het belangrijk dat jij je vader leert kennen, zodat je dat kunt ontdekken. Dan wordt het duidelijk dat je van twee mensen afkomstig bent en niet van één. En ik denk dat jou dat gaat helpen om een leuke en sterke jongedame te gaan worden.
Ik heb goed gehoord dat jij daar heel anders over denkt. En ik begrijp dat het ontzettend spannend is om een vreemde man te leren kennen die dan jouw vader is. Daarom gaat dat in stapjes gebeuren. Jouw vader gaat jou eerst af en toe een kaartje sturen, samen met een foto van zichzelf. Dan weet je dat hij aan je denkt en kun je ook wennen aan hoe hij eruit ziet. Je hebt mij verteld dat je kaartjes en een foto wel een goed idee vindt. Ik heb tegen je vader gezegd dat het een onbewerkte foto moet zijn, want je hebt mij verteld dat je dat belangrijk vindt. Ondertussen gaat jouw moeder af en toe een berichtje over jou aan je vader sturen. Daar doet je moeder ook een foto van jou bij. Dan weet je vader hoe jij eruit ziet en hoe het met jou op school gaat, en wat je hobby’s zijn en zo.
Over een tijdje ga je je vader ook zien. Omdat ik weet dat je dat eng vindt en liever niet wil, ga je dat niet alleen doen. Er zijn grote mensen die voor hun werk kinderen helpen bij dit soort dingen. Zo iemand gaat jou ook helpen. Jij en die meneer of mevrouw gaan dan samen kijken op welke manier jij je vader kunt ontmoeten. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat jij je daar prettig bij voelt, en die meneer of mevrouw gaat kijken wat daarvoor nodig is.
Ik hoop dat je zo stapje voor stapje gaat wennen aan het idee dat je een vader hebt en wie dat is. Over een tijdje ga ik weer met jouw vader en moeder praten om te horen hoe het gaat met jou. Dan gaan zij en ik ook bespreken hoe het allemaal verder moet. Tot die tijd wens ik je het allerbeste, [minderjarige] !
Vriendelijke groet,
De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vader vanaf heden iedere twee maanden een kaartje inclusief onbewerkte foto van zichzelf – via de advocaten – zal sturen naar de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ;
*
bepaalt dat via professionele hulpverlening de omgang tussen de vader en [minderjarige] wordt opgestart, waarbij met [minderjarige] wordt toegewerkt naar – in het begin – twee keer per maand begeleide omgang voor minstens twee uur en waarbij uitbreiding van het contact in het tempo van [minderjarige] plaatsvindt;
*
bepaalt als voorlopige informatieregeling dat de moeder één keer per maand aan de vader per e-mail informatie moet delen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot [minderjarige] over de school, gezondheid, vriendschap en vrije tijdsbesteding van [minderjarige] , inclusief goedgelijkende foto;
*
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling, de verdeling van de vakanties en de informatieregelingaan in afwachting van de Omgangsbegeleiding tot
1 september 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 februari 2026.