ECLI:NL:RBDHA:2026:6745

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
NL26.13
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 31 december 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een andere zaak op 25 maart 2026 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde zonder kennisgeving niet zijn verschenen. De minister was wel vertegenwoordigd.

Op 26 maart 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.13

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL26.12, op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn zonder kennisgeving niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.