AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Nigeria wegens onvoldoende motivering en risicoanalyse
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing en concludeerde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde asielmotieven ongeloofwaardig waren en dat het bestreden besluit geen risicoanalyse bevatte zoals vereist.
De rechtbank oordeelde dat de minister weliswaar geloofwaardige motieven had erkend, maar onvoldoende zwaarwegend vond om een vergunning te verlenen. De medische klachten van eiser werden onderzocht, maar het BMA-advies toonde geen verband met het niet kunnen verklaren. De minister hield rekening met beperkingen bij het horen van eiser. De rechtbank vond dat de minister terecht uitging van de verklaringen van eiser.
De minister maakte in het verweerschrift alsnog een risicoanalyse op basis van de EU Country Guidance Nigeria 2021, waaruit bleek dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank vond deze analyse deugdelijk gemotiveerd, ondanks onzekerheden over de hoogte van een geldschuld en de mate van dreiging door mensenhandelaren.
Omdat het bestreden besluit voor een van de motieven onvoldoende was gemotiveerd, werd het besluit vernietigd. De rechtbank liet echter de rechtsgevolgen in stand, waardoor eiser geen verblijfsvergunning krijgt. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1868,00.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en ontbrekende risicoanalyse, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en eiser krijgt geen verblijfsvergunning.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5886
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. P. Zijlstra).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 vanPro de Vw 2000 [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in dit geding. Onder 3 wordt het besluit waarmee de aanvraag is afgewezen (het bestreden besluit) kort weergegeven. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 januari 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift uitgebracht.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. A.S. Sewman als vervanger de gemachtigde van eiser en J.A. Okpoko als tolk. De gemachtigde van de minister was ook aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Betrokkenheid bij pro-Biafra activiteiten Nigeria en daaruit volgende problemen;
Betrokkenheid bij pro-Biafra activiteiten Nederland;
Betrokkenheid bij organisatie “One Blood” en daaruit volgende problemen;
Moord op de vrouw van eiser vanwege problemen met IPOB of “One Blood”;
Mensenhandel en uitbuiting.
De minister vindt de motieven 1, 3 en 6 geloofwaardig maar onvoldoende zwaarwegend om een asielvergunning te verlenen. De motieven 2, 4 en 5 vindt de minister ongeloofwaardig. De minister heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 vanPro de Vw.
4. Eiser heeft in de gronden van 18 maart 2024 verwezen naar de zienswijze en gesteld dat de minister daar in het bestreden besluit onvoldoende op in is gegaan. Eiser maakt echter niet concreet op welke punten de minister dan onvoldoende zou zijn ingegaan. Alleen daarom al kan de verwijzing naar de zienswijze niet leiden tot het oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven.
Over het niet goed kunnen verklaren vanwege medische omstandigheden
5. Eiser heeft aangevoerd dat hij vanwege psychische en medische klachten niet goed heeft kunnen verklaren en verwezen naar de medische verklaring van 9 augustus 2024. Ook voert eiser aan dat hij zijn land van herkomst lang geleden heeft verlaten, zodat hem niet kan worden verweten dat hij niet meer in detail kan verklaren. Daarom kan eiser ook niet worden verweten dat hij niet direct, bij AVIM [2] , over de problemen heeft verklaard. Uit het rapport van Medifirst van 1 maart 2022 volgt ook dat eiser vragen soms niet begrijpt en dat er beperkingen zijn voor het horen.
5.1
Eiser heeft ter zitting verklaard dat de medische verklaring van 9 augustus 2024 is het journaal van de huisartsenpost. Die heeft voor de minister aanleiding gevormd om een BMA [3] -advies aan te vragen [4] . Uit het BMA-advies van 2 juni 2025 blijkt niet, zoals de minister ook in het verweerschrift stelt, dat er een verband is tussen de klachten en het niet kunnen verklaren. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies naar voren gebracht. Dat, zoals eiser ter zitting heeft gesteld, het BMA ten onrechte stelt dat bij eiser sprake is van simulatie omdat in de verklaring van 9 augustus 2024 staat dat sprake is van ‘mogelijke simulatie’ is daarvoor onvoldoende. Die grond ziet enkel op de conclusie van het BMA en ook los daarvan blijkt uit het BMA-advies dat er, bij uitblijven van behandeling, geen medische noodsituatie zou ontstaan.
5.2
De minister heeft in het verweerschrift, in reactie op wat eiser in beroep heeft aangevoerd, naar het oordeel van de rechtbank overtuigend gemotiveerd dat eiser, ondanks zijn klachten, toch wel in staat is geweest om gedetailleerd te verklaren, ook over zaken die in het verdere verleden zijn voorgevallen.
5.3
Uit wat de minister in het verweerschrift heeft opgenomen volgt naar het oordeel van de rechtbank verder dat de minister bij het horen en beslissen voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen die in het rapport van Medifirst zijn geconstateerd.
5.4
Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de minister niet uit heeft mogen gaan van de verklaringen die eiser heeft afgelegd. De minister heeft deze dan ook bij zijn beoordeling kunnen betrekken.
Over asielmotieven 2 en 5
6. De rechtbank is, evenals de minister in het verweerschrift, van oordeel dat de gronden van beroep over deze motieven in de kern een herhaling vormen van wat in de zienswijze is aangevoerd. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit is ingegaan op wat in de zienswijze is aangevoerd en eiser niet concreet heeft aangegeven waar die reactie tekortschiet en evenmin in beroep een overtuigende verklaring heeft gegeven die maakt dat de onwaarschijnlijke, summiere en tegenstrijdige verklaringen die eiser volgens de minister heeft afgelegd hem niet kunnen worden tegengeworpen. De minister heeft zich in het bestreden besluit verder terecht op het standpunt gesteld dat de verwijzing naar de uitspraak waar eiser naar heeft verwezen [5] hem niet kan baten. Daargelaten dat het begrip politieke overtuiging thans anders wordt ingevuld, achtte de minister het lidmaatschap van IPOB en de activiteiten in die zaak wél geloofwaardig. De minister heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat de asielmotieven 2 en 5 ongeloofwaardig zijn.
Over asielmotief 4
7. Eiser heeft het standpunt van de minister over dit motief niet bestreden zodat alleen daarom al geen grond bestaat voor het oordeel dat de minister zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat dit motief ongeloofwaardig is.
Over het beroep op het traumabeleid
8. Het beroep van eiser op het traumabeleid en artikel 31, vijfde lid, van de Vw slaagt niet. Eiser koppelt het bestaan van een trauma aan de dood van zijn vrouw, maar zoals hiervoor is overwogen heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat asielmotief 5 ongeloofwaardig is.
Over asielmotief 6
9. De minister heeft in het verweerschrift erkend dat in het bestreden besluit geen risicoanalyse is gemaakt zoals de volgt uit rechtspraak van de Afdeling [6] en dat dit een motiveringsgebrek oplevert.
10. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank zal hierna beoordelen of zij de rechtsgevolgen in stand kan laten.
11. De minister heeft de vereiste risicoanalyse in het verweerschrift alsnog gemaakt.
De minister heeft bij de risicoanalyse de factoren uit de EUAA [7] Country Guidance: Nigeria 2021 betrokken. De minister heeft daarbij alle factoren in onderlinge samenhang gewogen en geconcludeerd dat niet aannemelijk is geworden dat eiser omdat hij een slachtoffer is van mensenhandel bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op vervolging dan wel ernstige schade als bedoeld in artikel 3 vanPro het EVRM. [8]
12. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat de minister ten onrechte stelt dat fysieke represailles maar af en toe voorkomen. Op pagina 89 van het Algemeen Ambtsbericht (AAB) Nigeria van januari 2023 staat weliswaar dat de meeste represailles tegen slachtoffers door mensenhandelaars mentaal en emotioneel van aard waren, maar onduidelijk is op welke groep slachtoffers dit ziet: degene die in Europa verblijven of zij die in Nigeria verblijven? Want als men oog in oog komt met de mensensmokkelaar blijft het dan bij mentale druk? Verder is niet duidelijk wat het bedrag van geldschuld is, maar duidelijk is wel dát er een geldschuld is. Aangifte doen in Nigeria heeft geen zin wegens het ontbreken van financiële middelen om te handhaven, zie pagina 87 van het AAB, en het systeem geeft politieke rugdekking aan de handelaars, zie pagina 88. Dat eiser niets heeft te vrezen is dus giswerk. Eiser moet aanvullend worden gehoord.
13. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat eiser vaag is over wat er precies met hem zal gebeuren bij terugkeer, zoals volgt uit de citaten die de minister aanhaalt uit het aanvullend gehoor van 9 augustus 2023. Dat er een geldschuld is, is niet in geschil. De hoogte van die schuld is echter van betekenis voor de vraag hoeveel risico eiser loopt. De minister heeft er niet ten onrechte op gewezen dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een hoge geldschuld omdat eiser wisselend heeft verklaard over de hoogte daarvan, niet kan verklaren hoe hoog die schuld op dit moment is en de verklaringen van eiser over die schuld allerminst aannemelijk zijn. Bij dat laatste heeft de minister kunnen betrekken dat het niet aannemelijk is dat eiser over de hoogte van de geldschuld zou hebben kunnen onderhandelen. Of het mogelijk is om in Nigeria aangifte te doen tegen de mensenhandelaar is voor de risicoanalyse niet van belang. Bepalend is of het slachtoffer tegen de mensenhandelaar heeft getuigd. [9] Eiser heeft dat gedaan in de vorm van het doen van aangifte. De minister heeft zich echter op het standpunt kunnen stellen dat er geen enkele aanwijzing is dat de mensenhandelaar hiervan op de hoogte is geraakt. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zijn standpunten dat is gesteld nog gebleken dat moet worden uitgegaan van een hoog machtsniveau of een grote organisatie van de mensenhandelaar en dat eisers familie ondanks de kennis van mensenhandelaar over die familie geen problemen heeft gehad met of vanwege de mensenhandelaar, met wat in het verweerschrift is opgenomen deugdelijk heeft gemotiveerd. Dat geldt ook voor het standpunt van de minister dat eiser in staat moet worden geacht om zich, gelet op zijn sociaaleconomische achtergrond en de situatie bij terugkeer, staande te houden.
14. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft gesteld dat eiser bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 vanPro het EVRM.
Conclusie en gevolgen
15. Omdat het bestreden besluit voor wat betreft asielmotief 6 onvoldoende is gemotiveerd, is het genomen in strijd met de wet. [10] Het beroep is daarom gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. Gelet op de conclusie in rechtsoverweging 14 zal de rechtbank de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand laten. [11] Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning krijgt.
16. Er is aanleiding om te bepalen dat de minister de proceskosten die eiser heeft moeten maken vergoedt. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1868,00. [12]
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 19 januari 2024;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,00,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.P. de Zwart, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
1.Vreemdelingenwet 2000
2.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (vroeger Vreemdelingenpolitie genoemd).
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1996.
7.European Union Agency for Asylum.
8.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
9.Country Guidance: Nigeria 2021, p.81.
10.Artikel 3:46 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
11.Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a, van de Awb.
12.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,00 en een wegingsfactor van 1.