ECLI:NL:RBDHA:2026:6731
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht en twijfel over identiteit verzoeker
Verzoeker diende op 27 oktober 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning in, die op 26 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens een voorlopige voorziening aan, waarvoor griffierecht betaald moest worden. Verzoeker betaalde dit griffierecht niet tijdig en deed een beroep op betalingsonmacht, dat werd afgewezen omdat uit het ondernemingsplan bleek dat verzoeker over voldoende middelen beschikte.
De griffier stelde verzoeker meerdere malen in de gelegenheid het griffierecht alsnog te betalen, maar de post bereikte verzoeker niet of werd retour gezonden met de vermelding dat de geadresseerde onbekend was. De voorzieningenrechter constateerde dat verzoeker onbekend is in de basisregistratie personen en dat het opgegeven postadres een bedrijventerrein is waar meerdere verzoeken met opvallende gelijkenissen werden ingediend.
Daarnaast bleek dat in meerdere zaken hetzelfde ondernemingsplan en vrijwel identieke verzoekschriften werden gebruikt, vaak met dezelfde handtekening, die vermoedelijk niet van verzoeker zelf is. Er is geen gemachtigde opgetreden en de verblijfplaats van verzoeker is onbekend, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaart wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van een rechtsgeldige ondertekening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en twijfel over de ondertekening.