Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 21 november 2023. Eiser stelde dat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist en verzocht om een beslissing binnen twee weken, wat niet gebeurde. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Op 27 november 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. De rechtbank oordeelt dat dit besluit het beroep tegen het niet tijdig beslissen volledig tegemoetkomt, waardoor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank wijst erop dat het beroep niet ziet op het inhoudelijke besluit zelf.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van € 467,-, omdat het beroep terecht is ingediend en de minister pas na het beroep heeft beslist. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.