ECLI:NL:RBDHA:2026:6720
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker diende op 27 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 19 november 2025 door de minister werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.
Het griffierecht van €194,- was niet betaald. Verzoeker deed een beroep op betalingsonmacht, maar reageerde niet tijdig op verzoeken om nadere toelichting. Later bleek uit het ondernemingsplan dat verzoeker voldoende middelen had om het griffierecht te voldoen. Pogingen om de nota te bezorgen mislukten omdat verzoeker mogelijk was verhuisd en zijn verblijfplaats onbekend is.
De voorzieningenrechter constateerde opvallende gelijkenissen met andere verzoeken van Turkse zelfstandigen, waaronder identieke handtekeningen, identieke ondernemingsplannen en hetzelfde postadres op een bedrijventerrein. Verzoeker is niet ingeschreven in de basisregistratie personen en er is geen gemachtigde opgetreden. Hierdoor is onduidelijk waar verzoeker verblijft en of hij zelf het verzoek heeft ingediend.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en het ontbreken van een geldige ondertekening, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onduidelijke verblijfplaats van verzoeker.