ECLI:NL:RBDHA:2026:6718
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker diende op 16 oktober 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, die op 18 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid.
Verzoeker had een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar reageerde niet op verzoeken om dit nader toe te lichten, waarna dit beroep werd afgewezen. De griffierechter stelde verzoeker in de gelegenheid het griffierecht alsnog te betalen, maar de aangetekende brief werd niet ontvangen omdat het postadres onbestelbaar bleek. Uit onderzoek bleek dat verzoeker onbekend is in de basisregistratie personen en dat hetzelfde postadres door meerdere verzoekers werd gebruikt.
Daarnaast vertoonden meerdere verzoeken opvallende gelijkenissen, zoals identieke handtekeningen en vrijwel identieke verzoekschriften en ondernemingsplannen, wat de voorzieningenrechter deed vermoeden dat iemand anders namens verzoeker handelde. Gezien deze omstandigheden en het niet betalen van het griffierecht werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onduidelijke verblijfplaats van verzoeker.