Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- het beroep ongegrond; en
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €1868,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Oegandese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Oeganda. Hij stelde dat hij vanwege zijn geaardheid en incidenten in 2010 en 2022 gevaar liep en daarom het land ontvluchtte. De minister wees de aanvraag af, waarbij het eerste asielmotief werd erkend als geloofwaardig, maar het tweede motief over de homoseksualiteit werd als ongeloofwaardig beoordeeld.
De minister voerde elf punten aan die de geloofwaardigheid van eiser ondermijnden, waaronder oppervlakkige verklaringen over zijn worsteling met zijn geaardheid, inconsistenties in zijn relaas, en het bewust verstrekken van onjuiste informatie bij de visumaanvraag. De rechtbank volgde de minister in deze beoordeling en concludeerde dat eiser onvoldoende persoonlijk inzicht en concrete details gaf over zijn relaties en ervaringen.
Daarnaast werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd, hoewel dit niet in het voornemen stond vermeld. De rechtbank constateerde een procedureel gebrek, maar paste artikel 6:22 Awb Pro toe en passeerde dit gebrek. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.