ECLI:NL:RBDHA:2026:663
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van een Gambiaanse minderjarige homoseksuele vreemdeling
Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een Gambiaanse minderjarige, die homoseksueel is en vreest voor vervolging in zijn thuisland. De rechtbank heeft op 16 januari 2026 geoordeeld dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft, maar dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de eiser, ondanks zijn jonge leeftijd, meer had moeten verklaren over het ontstaan van zijn homoseksuele gevoelens. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat de minister voldoende heeft aangetoond dat de homoseksuele gerichtheid van de eiser niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank heeft de verschillende elementen van de zaak besproken, waaronder de geloofwaardigheid van de verklaringen van de eiser over zijn homoseksualiteit, de incidenten in Gambia, en de benadering door junglesoldaten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister niet ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaringen van de eiser inconsistent en onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank heeft de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de eiser, die op € 1.868 zijn vastgesteld.