Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 15 maart 2024 en had zes maanden om te beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de minister tijdig in gebreke en diende daarna het beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De minister moet binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor afnemen over de asielmotieven van eiseres en binnen acht weken daarna een besluit nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €467, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en stelt de nieuwe beslistermijn vast. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen.