Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling correct is gedaan. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd de beslistermijn verlengd, waardoor de wettelijke termijn van zes maanden geldt.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van zestien weken vast, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eiser voor de door een gemachtigde verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. De rechtbank wijst erop dat tegen deze uitspraak binnen zes weken verzetschrift kan worden ingediend.