ECLI:NL:RBDHA:2026:6586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 augustus 2025 waarbij zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een gelijktijdige uitspraak in een andere zaak met hetzelfde zaaknummer is het beroep inhoudelijk behandeld en afgewezen.
Gezien de inhoudelijke afwijzing van het beroep acht de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wijst dit af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.