ECLI:NL:RBDHA:2026:6581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Burkina Faso wegens ontbreken nieuwe feiten en omstandigheden
Eiser, een Burkinees, diende op 31 juli 2025 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2022 was afgewezen. Hij stelde dat de veiligheidssituatie in Burkina Faso, met name door een militaire staatsgreep en dreiging van islamitische terroristen, sterk was verslechterd.
De minister van Asiel en Migratie verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet was gehoord en dat de situatie in zijn regio van herkomst (Regio Nord) was genegeerd.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht had afgezien van een hoorzitting en dat Ouagadougou als normale woonplaats van eiser kon worden aangemerkt. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Ook het beroep op humanitaire omstandigheden was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden.