ECLI:NL:RBDHA:2026:6577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking terugkeerbesluit in vreemdelingenzaak
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van 14 juli 2025 waarin hij werd verplicht binnen vier weken terug te keren naar zijn land van herkomst. Na het indienen van een nieuwe asielaanvraag heeft de minister het terugkeerbesluit op 26 februari 2026 ingetrokken. Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb alleen mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het beroep. In dit geval is het besluit ingetrokken vanwege een nieuwe asielaanvraag en het voornemen om verzoeker over te dragen aan Roemenië op grond van de Dublinverordening, wat geen verband houdt met de gronden van het beroep.
Daarom is geen sprake van tegemoetkomen zoals bedoeld in de Awb. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt dan ook afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 maart 2026 door de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het terugkeerbesluit geen tegemoetkomen inhoudt.