ECLI:NL:RBDHA:2026:6558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende bewijs van identiteit, ouderlijk gezag en afhankelijkheidsrelatie
Eiser, met de Dominicaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van het arrest Chavez-Vilchez en artikel 20 VWEU Pro, afgeleid van zijn minderjarige Nederlandse kind. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk maakte, mede door het gebruik van verschillende paspoorten met uiteenlopende personalia.
De rechtbank bevestigde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de vader is van het kind, mede doordat hij geen authentieke documenten overlegde en zijn identiteit onduidelijk bleef. Ook stelde eiser onvoldoende bewijs van daadwerkelijke, meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken voor het kind, en kon hij niet aantonen dat het kind gedwongen zou zijn de EU te verlaten bij weigering van het verblijfsdocument.
De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden uit paragraaf B10/2.2 van de Vreemdelingencirculaire niet zijn vervuld en dat er geen sprake is van een familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit, mede vanwege zijn korte verblijf en gebrek aan binding met Nederland. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn identiteit, ouderlijk gezag en afhankelijkheidsrelatie met het kind niet aannemelijk heeft gemaakt.