Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster
,
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 6 mei 2025 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij de bezwaarfase in Nederland kon afwachten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan indien formele connexiteit bestaat, wat inhoudt dat er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure moet zijn. Nadat het bezwaar van verzoekster op 26 augustus 2025 is beslist, heeft zij geen beroep ingesteld. Hierdoor ontbreekt de vereiste connexiteit.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verzoekster is vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroep na bezwaar.