ECLI:NL:RBDHA:2026:6491
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. D. Gunster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Kameroense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mag gelden ten aanzien van Duitsland vanwege trauma's en risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, waaronder refoulement. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat binnen de Dublinprocedure niet kan worden getoetst aan het risico op refoulement tenzij sprake is van systeemfouten in het land van overdracht. Dit is niet aannemelijk gemaakt.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat discretionaire bevoegdheid geeft bij bijzondere omstandigheden, werd verworpen omdat eiser geen bewijs leverde van trauma of andere bijzondere omstandigheden. Het bestreden besluit is zorgvuldig en voldoende gemotiveerd genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.