ECLI:NL:RBDHA:2026:6490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. J. P. Bosman
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlenging overdrachtstermijn naar Frankrijk niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn voor zijn overdracht naar Frankrijk. De minister van Asiel en Migratie had de overdrachtstermijn verlengd tot 8 juli 2026 vanwege de gevangenzetting van eiser.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 3 maart 2026 het beroep van eiser ongegrond verklaard, waarbij de uiterste overdrachtsdatum op 3 september 2026 werd vastgesteld op grond van artikel 29, eerste lid van de Dublinverordening.
De verlenging van de overdrachtstermijn tot 8 juli 2026 valt daarmee binnen de uiterste overdrachtsdatum, waardoor het verlengingsbesluit praktisch geen betekenis meer heeft. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang voor een inhoudelijke beoordeling van het besluit.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het beroep af zonder proceskosten toe te kennen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open, behalve het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.