Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6478

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
NL25.52246
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en ELN-bedreigingen

Eiser, een Colombiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na bedreigingen en beschietingen door de guerrillabeweging ELN. Hij overhandigde kopieën van zijn paspoort en medisch dossier ter ondersteuning van zijn identiteit en asielrelaas.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de identiteit en onvoldoende bewijs van de problemen met de ELN. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inspanningen had verricht om zijn identiteit aannemelijk te maken, zoals het doen van aangifte van diefstal van originele documenten.

Ook achtte de rechtbank de verklaringen over de ELN-bedreigingen niet geloofwaardig, omdat eiser geen documenten overlegd had die de betrokkenheid van de ELN aantonen en zijn verklaringen inconsistent waren. Daarnaast was de late asielaanvraag niet verschoonbaar.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van identiteit en onvoldoende bewijs van ELN-bedreigingen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.52246
[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1992, van Colombiaanse nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. J. Amokodo).

Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, J.W. de Man als tolk in de Spaanse taal, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Asielrelaas
1. Eiser heeft op 9 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een asielvergunning. Hij heeft aan deze asielaanvraag het volgende asielrelaas ten grondslag gelegd. Hij heeft verklaard dat hij in 2018 met zijn tante op straat worstjes verkocht en dat de guerrillabeweging ELN [1] hem heeft afgeperst om geld te betalen. Omdat hij niet wilde betalen, kreeg hij een brief onder de deur geschoven waarin hem werd opgedragen binnen drie dagen 120 miljoen pesos te betalen. Eiser heeft dit niet betaald. Daarna heeft eiser een brief ontvangen dat hij naar een benzinestation moest gaan. Ook dat heeft eiser niet gedaan. In 2019 heeft eiser geen bedreigingen meer ontvangen. In het najaar van 2020 heeft eiser opnieuw bedreigingen ontvangen en heeft de ELN geprobeerd hem te rekruteren. Op 10 oktober 2021 is hij door iemand op een motor in zijn hoofd geschoten en heeft hij zes dagen in coma gelegen. In januari 2022 is eiser opnieuw beschoten en in zijn been geraakt. Eiser heeft hierna een brief gehad waarin stond dat er nog een derde ronde zou komen. Eiser heeft vervolgens Colombia verlaten en is Spanje ingereisd. Daarna is eiser doorgereisd naar Nederland.
1.1.
Eiser heeft bij zijn asielaanvraag verder een kopie van zijn medisch dossier en een kopie van zijn paspoort overgelegd.
Besluitvorming
2. De minister heeft in het asielrelaas van eiser de volgende asielmotieven onderscheiden:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met de ELN.
2.1.
De minister heeft de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht, maar acht de identiteit van eiser niet geloofwaardig. Het medisch dossier vormt geen identificerend document en bovendien heeft eiser enkel een kopie overgelegd. Verder heeft eiser volgens de minister geen moeite gedaan om zijn originele identificerende documenten – die in Amsterdam gestolen zouden zijn – terug te krijgen, bijvoorbeeld door aangifte bij de politie te doen.
2.2.
De minister heeft de gestelde problemen van eiser met de ELN evenmin geloofwaardig geacht. Eiser heeft namelijk onvoldoende documenten overgelegd ter ondersteuning van zijn asielrelaas. Het medisch dossier is hiervoor onvoldoende, omdat hieruit alleen blijkt dat eiser een medische behandeling heeft ondergaan, maar niet de context of toedracht van de beschietingen. De minister meent daarnaast dat de verklaringen van eiser over zijn problemen met de ELN geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ook werpt de minister aan eiser tegen dat hij niet zo spoedig mogelijk asiel heeft aangevraagd. Hij is namelijk voor het eerst in april 2022 in Europa aangekomen, in maart 2023 doorgereisd naar Nederland en heeft pas op 9 oktober 2024 zijn asielaanvraag ingediend.
Heeft de minister de identiteit van eiser ten onrechte ongeloofwaardig geacht?
Standpunt eiser
3. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd om zijn identiteit vast te stellen. Eiser is zijn originele documenten namelijk kwijt, want die zijn gestolen in Amsterdam. Hij heeft wel een kopie van zijn paspoort overgelegd en daarnaast ook een kopie van zijn medisch dossier, waarop zijn personalia en zijn paspoortnummer worden vermeld, en waarin verwondingen zijn beschreven die overeenkomen met zijn littekens. Hiermee meent eiser wel degelijk voldoende gegevens te hebben overgelegd om zijn identiteit geloofwaardig te achten.
Het oordeel van de rechtbank
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de identiteit van eiser ongeloofwaardig mocht achten. Eiser heeft namelijk geen inspanningen verricht om aangifte te doen van de diefstal of anderszins zijn identiteitsdocumenten terug te krijgen, ook niet nadat de minister hem in het voornemen op het belang daarvan had gewezen. De minister heeft verder terecht het standpunt ingenomen eiser zijn identiteit met de kopie van het paspoort en het medisch dossier niet aannemelijk heeft gemaakt. Hoewel het paspoortnummer op de kopie van het paspoort overeenkomt met het nummer dat wordt vermeld in het medisch dossier, en de verwondingen in het dossier overeenkomen met eisers littekens, heeft de minister deze documenten, ook in hun samenhang bezien, onvoldoende kunnen vinden om de identiteit van eiser aannemelijk te achten. Beide documenten zijn namelijk kopieën die niet op echtheid kunnen worden onderzocht. De minister heeft dan ook beperkte waarde aan de inhoud van deze documenten kunnen hechten.
Heeft de minister de problemen van eiser met de ELN ten onrechte ongeloofwaardig geacht?
Standpunt eiser
4. Eiser betoogt verder dat de minister zijn problemen met de ELN ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Hij stelt dat hij hier concreet en gedetailleerd over heeft verklaard en dat het medisch dossier en de littekens als ondersteuning van zijn asielrelaas moeten worden gezien. De in dit dossier beschreven verwondingen komen met het asielrelaas overeen. Ook bevat het medisch dossier gegevens die de minister eenvoudig had kunnen verifiëren, zoals bijvoorbeeld de naam van het ziekenhuis. Daarnaast heeft eiser ook zichtbare littekens overgehouden aan de beschietingen, die tijdens het gehoor zijn getoond. Eiser meent verder dat hij voldoende heeft onderbouwd dat de diverse bedreigingen verband houden met elkaar. Ook heeft hij in de zienswijze beargumenteerd dat hij zijn asielaanvraag wel zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Hij wist immers eerder niet dat hij asiel kon aanvragen. De minister is hier volgens eiser onvoldoende gemotiveerd op ingegaan.
Het oordeel van de rechtbank
4.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen van eiser met de ELN niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De minister heeft daarbij kunnen betrekken dat eiser geen documenten heeft overgelegd waaruit de betrokkenheid van de ELN blijkt. Uit de littekens en het medisch dossier blijkt weliswaar dat eiser is beschoten en daar verwondingen aan heeft overgehouden, maar hieruit blijkt niet dat deze verwondingen door de ELN zijn veroorzaakt. Uit de littekens van eiser kan immers niet worden afgeleid door wie, wanneer en op welke wijze deze zijn toegebracht. Eiser heeft ook niet op andere wijze met stukken onderbouwd dat de ELN de daadwerkelijke oorzaak is geweest van zijn verwondingen. De minister mocht dit wel van eiser verwachten, nu eiser stelt dreigbrieven van de ELN te hebben ontvangen en daarnaast nog dagelijks in contact te staan met zijn familie in Colombia. Eiser heeft verklaard dat hij en zijn moeder de dreigbrieven al in Colombia hebben vernietigd. [2] Hij heeft daarvoor echter geen verschoonbare reden gegeven. Gelet op het voorgaande heeft de minister dan ook kunnen concluderen dat eiser geen documenten heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij problemen heeft ondervonden door toedoen van de ELN.
4.2.
De minister heeft verder in het bestreden besluit niet ten onrechte het standpunt ingenomen dat zijn verklaringen onvoldoende zijn om de problemen met de ELN geloofwaardig te achten. Zo heeft eiser niet aannemelijk gemaakt waarom hij geen hulp heeft ingeroepen van de politie. De stelling van eiser dat hij niet naar de politie is gestapt omdat de politie corrupt is en met de guerrilla samenwerkt, acht de rechtbank hiervoor onvoldoende. Dit rijmt namelijk niet met de verklaring van eiser in het nader gehoor dat hij na de beschieting in oktober 2021 wel naar het politiebureau is gereden. [3] Verder heeft eiser niet uitgelegd hoe het kan dat hij steeds weer wordt bedreigd, maar er verder geen duidelijke consequenties of vervolgacties aan deze bedreigingen hangen en dat er zelfs lange periodes zonder bedreigingen voorbij gaan. Evenmin heeft eiser bestreden dat het niet rijmt dat de ELN naar eiser op zoek is, maar dat eiser noch zijn familie na eisers vertrek uit Colombia iets van de ELN hebben vernomen.
4.3.
Tot slot heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet zo spoedig mogelijk asiel heeft ingediend. Eiser heeft hiertegen ingebracht dat hij niet eerder op de hoogte was van de mogelijkheid tot het indienen van asiel en dat hij direct asiel heeft aangevraagd toen hij dit had vernomen. De rechtbank volgt de minister in zijn nadere motivering op zitting dat dit geen verschoonbare reden is voor de late indiening van zijn asielaanvraag, omdat van eiser gelet op de reden van zijn vertrek uit Colombia mocht worden verwacht dat hij zich in Spanje of in Nederland zou informeren over de mogelijkheden om bescherming aan te vragen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Ejército de Liberacion Nacional.
2.Pagina 7 en 16 van het nader gehoor.
3.Pagina 12 van het nader gehoor.