De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning milieu die het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard heeft verleend voor het uitbreiden van het aantal schapen naar 140 en rundvee naar 18 op een locatie nabij het perceel van verzoekster, Stichting Natuurrijk.
Verzoekster stelt dat het besluit leidt tot onomkeerbare milieuschade door stikstofdepositie en ammoniakemissie, en betwist de juistheid van de stikstofberekeningen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestreden besluit niet over de stikstofemissie gaat, aangezien een natuurvergunning voor dezelfde dieren reeds onherroepelijk is verleend door het bevoegd gezag. Ook valt het uitrijden van mest niet onder de omgevingsvergunning milieu, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt.
Verder is geen sprake van evidente onrechtmatigheid. Verzoeksters stellingen over vooringenomenheid, detournement de pouvoir, onvolledige publicatie, rechtsonzekerheid, strijd met provinciale verordeningen en planologisch toetsingskader zijn onvoldoende onderbouwd. De berekening van ammoniakemissie is niet gemotiveerd bestreden en het aantal verkeersbewegingen is adequaat meegenomen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen, waardoor het bestreden besluit niet wordt geschorst. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.